Get a life Mark!

juni 2, 2015

Meneer Rutte, ik heb al eens eerder betoogd dat u te jong bent voor uw functie, aan de hand van een klassiek filmfragment en wat losse voorvallen die daar bij pasten. Toen was dat eigenlijk niet veel meer dan een vermoeden, maar afgelopen week werd dat méér dan bevestigd, en wel door een passage uit uw rede over de opkomst van egoïsme, hufterigheid en ‘het Dikke Ik’:

En dan de mensen die werkloos worden, vréselijk als het gebeurt, maar hoeveel mensen die op een gegeven moment hun baan verliezen, hebben niet meteen het adres in hun hand van het UWV om een uitkering aan te vragen? Ik snap dat niet. Dan vind ik dat als dat gebeurt in je omgeving, je iemand best even mag bijsturen en zeggen: “Joh, die uitkering, als het écht niet lukt, komt-ie wel. Laten we eerst even kijken of jij niet gewoon weer door kan gaan met werken. Laten we dáár nu eens even voor zorgen.”

U bent niet alleen te jong, u mist ook de juiste levenservaring. Als u die in de loop van uw jonge leven had opgedaan, had één zinnetje in uw bovenstaande tekst namelijk al een hele kerstboom aan alarmlichten moeten veroorzaken: ‘Ik snap dat niet.’ De levenservaring waarover u als premier had moeten beschikken, had u bij die constatering de – niet eens zo héél briljante – gedachte moeten ingeven: ‘Als ik het niet snap, is het wellicht niet bijster snugger om me er een oordeel over aan te matigen.’

Ooit verantwoordelijk geweest voor vrouw en kinderen? Voor het aflossen van de hypotheek? Of zelfs maar de huur? Ooit ontslagen? Of in de omstandigheden geweest dat u wel ander werk móest zoeken? En dat alles bij een salaris dat om en nabij modaal ligt? Voor uw informatie: dat is een kwart van wat u nu verdient. Ooit om moeten scholen? Op eigen kosten, of kreeg u het van de belastingen terug en kon u het een jaar lang voorfinancieren? Ooit chronisch ziek geweest? Nét niet erg genoeg om een beroep op allerlei regelingen te kunnen doen? Ooit een echtscheiding meegemaakt? Boedelscheiding? Alimentatie? Ooit ingestort of out geburned? Een depressie gehad? Een psychose? Wel eens in een daklozenopvang geweest? Wel eens een klant gehad die het verrekte om te betalen? Een beoordelingsfout gemaakt die vervelende consequenties had? Ooit een importbruid gehuwd en van de IND aan een minimum inkomenseis moeten voldoen om haar hier te kunnen houden?

Ként u eigenlijk wel mensen die dat soort dingen wel eens hebben meegemaakt? En die daar met u over kunnen praten? En dan ook zo dat zij praten en u luistert, zodat u er nog eens wat van opsteekt? Mensen die níet – zoals u – als baby in een ketel met Prozac zijn gevallen?

Een kleine dosis depressiva dan maar, in de vorm van wat feiten uit het Leven Zelf:

  • Het aantal werklozen is momenteel zo’n zesmaal zo hoog als het aantal openstaande vacatures.
  • Wie nu werkloos wordt, heeft een kans van 58% dat hij langer dan een jaar werkloos is, als-ie tenminste jonger is dan 55 jaar.
  • Wie zijn leeftijd niet mee heeft, loopt 75% kans langer dan een jaar werkloos te zijn.
  • Een WW-uitkering betekent dat je inkomen er 30% op achteruit gaat.
  • Je vaste lasten zoals aflossing van de hypotheek of huur, ziektenkostenverzekering, eigen risico, gas, water en elektriciteit, dalen niet automatisch mee.
  • Bedraagt het totaal van je vaste lasten de helft van je netto inkomen, dan gaat je besteedbaar inkomen zo’n 60% achteruit.

En dan heb ik het nog niet over het UWV zelf, dat elke begrijpelijke en onbegrijpelijke vergissing onmiddellijk als fraude behandelt en mogelijk direct beboet.

Wie in zo’n situatie verantwoordelijk is voor – ik noem maar wat – opgroeiende kinderen en toch de euvele moed heeft te denken: “Joh, die uitkering, als het écht niet lukt, komt-ie wel,” verdient het om onmiddellijk uit de ouderlijke macht ontzet te worden. Wie ten behoeve van de tijdelijke verblijfsvergunning van zijn echtgenote moet voldoen aan een minimum inkomenseis en niet álles doet om dat inkomen veilig te stellen – en dus ook zijn uitkering – verdient een vechtscheiding waar de honden geen brood van lusten. Wie de hypotheek moet betalen en dergelijke risico’s neemt, verdient een huisuitzetting. Wie dermate lichtzinnig omgaat met zijn inkomen, zijn pensioen en zijn geestelijk en lichamelijk welzijn, is niet compos mentis. En wie zijn vrienden aanzet tot dergelijke vormen van roekeloosheid, verdient op zijn minst een stevige ontvriending, en niet alleen op Facebook.

Wat u voorstelt aan onze werklozen, is onbesuisd, onbezonnen en onverantwoordelijk. Geen ondernemer die het in zijn hoofd haalt om op zo’n manier zijn BV te leiden. Alleen wie van het Leven Zelf niets heeft meegemaakt en niks heeft opgestoken, die ziende blind en horende doof is geweest, zal uw adviezen aanzien voor verstandige praat. Voor de rest van de mensheid is het geraaskal van een dwaas.

Seriously Mark: you don’t know shit. Get! A!! Life!!!

Advertenties

Schippers

februari 10, 2015

Ze zei het echt, op het acht uur journaal van afgelopen vrijdag 6 februari (van 3:12 t/m 3:28), minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de veranderingen in de zorg en de afschaffing van de vrije artsenkeuze:

Door nou te zorgen dat de financiering zó wordt afgesteld dat die chronische ziekte … zieke veel meer op gaat leveren voor de verzekeraar, wordt het voor die verzekeraar ook veel interessanter om te zeggen: “Bent u chronisch ziek, kom bij mij, ik heb de beste zorg en ik heb … eh ook nog een korting op uw eigen risico.”

Ik had eerlijk gezegd nogal wat spektakel verwacht: het Nederlands episcopaat dat zijn afschuw uitspreekt, een ouder echtpaar Schippers dat – half in tranen – bij Andries Knevel aan tafel komt uitleggen dat dit toch echt niet de bedoeling van hun opvoeding is geweest, boze burgers die de hare excellentie een chronische ziekte toewensen natuurlijk, extra beveiliging, de onvermijdelijke vragen in de Kamer en een minister die uiteindelijk na een paar dagen in Buitenhof excuses-die-geen-echte-excuses-zijn aanbiedt. Maar niks, helemaal niks!

De minister bedoelt het waarschijnlijk nog goed ook. Hoop ik maar, tenminste. Maar juist dat maakt dit zo erg: dat een minister op deze wijze kan spreken over medemensen en niemand, echt helemaal niemand er aanstoot aan neemt en het land niet op zijn kop staat.

Ik leg in deze blogpost niet uit wat mij stoort aan de uitspraak van de minister en ik verwacht dat een aantal lezers dat gek zullen vinden, omdat ze niet begrijpen wat ik dan precies zo erg vind. Juist voor die mensen maak ik nu een raar sprongetje.

Een aantal jaren geleden zag ik een billboard met reclame van de Universiteit van Amsterdam. Het portret van een theologe van de UvA met daarnaast een uitspraak van haar:

Als mensen niet meer nadenken over religie, geloven ze alles.

Ik ben bang dat die theologe gelijk had en dat de mensen die nu echt helemáál niet meer snappen waar ik het over heb, hetzelfde geloven als minister Schippers, namelijk alles.


De cursus

juni 12, 2014

IncheckpaalZo eens in de paar dagen is het raak: een treinreiziger in mijn coupé blijkt bij controle ‘niet ingechecked’, tot grote verbazing van die treinreiziger zelf, die meent toch echt op correcte wijze alle processtappen te hebben doorlopen. Soms ben ik die treinreiziger zelf, meestal is het een ander. Statistisch gezien is dat ook logisch: er zijn vele anderen en van mij is er maar één.

Om te voorkomen dat het pardoes mis gaat, sta ik tegenwoordig op het perron als een volstrekte autist voor paal. Het incheckpaaltje wel te verstaan. Ik wacht tot alle bewerkingen van vorige reizigers verdwenen zijn en het schermpje donker is, hou dan mijn kaart ervoor, check of ik de juiste piep hoor, het – soms nog aanwezige – groene lampje gaat branden en in het scherm de juiste tekst verschijnt: ‘Voordeelurenabonnement’. Medereizigers met meer haast dan ik vatten dat geduldig wachten op als een gelegenheid om voor te dringen en schuiven hun kaart tussen het paaltje en mijn in hoopvolle afwachting opgehouden OV-chipkaart.

Ondanks al mijn voorzorgen ben ook ik zo eens in de vier, vijf maanden het haasje. Gezien mijn obsessieve oplettendheid kan dat niet anders zijn dan als gevolg van het niet geheel perfect functioneren van het OV-chipkaartensysteem. Dat is ook onvermijdelijk: het is een systeem en het is dus feilbaar.

Er zijn twee soorten conducteurs: zij die zich een mens betonen en zij die zich aan de regels houden. Die laatste conducteurs hebben een opvallend consistent onvermogen om de mogelijkheid van een systeemfout onder ogen te zien. Ik luister altijd met enige bewondering naar de conducteurs die in een discussie raken met gedupeerde reizigers. Hoewel, ‘discussie’ is een groot woord. Het zijn doorgaans de gedupeerde reizigers die een wanhopige poging doen te appelleren aan een – al of niet verondersteld – vermogen tot redelijk nadenken bij hun gesprekspartner en de conducteur die er desnoods minutenlang in slaagt geen enkele aanwijzing te geven die erop wijst dat ze überhaupt hebben gehoord wat er zojuist tegen hen gezegd werd.

Mijn bewondering is meer de bewondering die je kunt hebben voor de schurk in een film of voor bijvoorbeeld C.S. Lewis’ Screwtape, want wat de gedupeerde reiziger ook probeert: rationeel argumenteren, begrip, medeleven, botheid, onbeleefdheid, niets helpt, het zaad valt onverrichterzake op de rotsen. Zoveel aperte stompzinnigheid, daar moet je voor op cursus geweest zijn. Ik weet dat dergelijke cursussen bestaan, want ik heb ze zelf ooit moeten volgen. Ik herken de techniekjes die sommige conducteurs toepassen. Hier is over nagedacht.

Maar helaas niet goed genoeg. Ik zei hierboven al “er zijn twee soorten conducteurs: zij die zich een mens betonen en zij die zich aan de regels houden”, waarmee ik impliciet al aangeef dat de conducteurs die zich ten koste van alles aan de regels houden, geen mens zijn. Dehumanisering is één van de dingen die geweld tegen anderen faciliteren: wie je niet als medemens ziet, sla je makkelijker in elkaar. De techniekjes die ik sommige conducteurs zie toepassen hebben allemaal één ding gemeen: de klant heeft maar te doen wat de conducteur zegt en alles wat die daar tegenin zou kunnen brengen doet niet ter zake. Het is de conducteur die bepaalt hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, wat de klant denkt of heeft gedaan, speelt geen enkele rol. De klant is een irrelevant ding.

Ik zou zo gauw geen methode kunnen bedenken die de gedupeerde reiziger er sneller van kan overtuigen dat hij geen mens tegenover zich heeft maar een – kapotte – machine, of een blaartrekkend stuk ongedierte, het ligt er denk ik aan hoe snel je hoe kwaad kunt worden. Het verbaast me dus niets dat er de laatste tijd steeds vaker geklaagd wordt over geweld tegen conducteurs: daar is over nagedacht, daar zijn ze voor op cursus geweest. Je zou bijna aan een complot gaan denken: eerst biedt je de cursus ‘afhandeling van niet-ingecheckte reizigers’ aan, om een jaar of wat later ‘omgaan met gewelddadige klanten’ aan te bieden. Kassa!


Tweedeling

mei 6, 2014

Ik was de veertig nog niet gepasseerd toen ik mijn eerste economische model bedacht. Een mens doet wel eens rare dingen. Het begon met een onschuldige gedachte: een samenleving valt niet noodzakelijk samen met zijn economie, dat zijn twee verschillende dingen. Hoewel je daarbij in eerste instantie kunt denken aan een nationale samenleving die opereert in een globale economie, kan het ook andersom. Dat was mijn tweede onschuldige gedachte. Als je een economie ziet als een ingewikkeld netwerk waarbinnen geld, goederen, diensten, arbeid en nog zo wat ongeregeld worden uitgewisseld, dan zou het in theorie mogelijk moeten zijn dat er binnen één samenleving bijvoorbeeld twee economieën naast elkaar functioneren, vooropgesteld dat er – toevallig of om een andere reden – een contactarme kloof bestond of ontstond tussen die twee economische netwerken.

Destijds woonde ik in een buurt waar nogal wat sociale achterstand heerste. Veel bijstandstrekkers en arbeidsongeschikten en bijgevolg ook verschijnselen van een ‘informele economie’: een kringloopwinkel, een weggeefwinkel, een buurtcentrum dat een soort ruilhandel in diensten faciliteerde (ik verf jouw muren, jij past op mijn kinderen), een heel grote vrijwilligerscentrale en niet te vergeten een daklozenopvang waarvan enkele cliënten zich verdienstelijk maakten met het schoonhouden van de straat en het bezorgen van huis aan huis bladen. Door die omgeving werden mijn gedachten al minder onschuldig. Stel dat die twee economieën niet naast, maar boven elkaar bestonden?

Bovenin zou dan de ‘echte’ economie spelen: de economie waarover we lezen in de krant en waarmee politici hun kiezers sarren; de economie die – mits op de juiste wijze gehanteerd – levens kan maken en breken, wat zeg ik: samenlevingen kan maken en breken, díe economie. Onderin de samenleving zou dan iets functioneren dat leek op die informele economie in mijn buurt, maar dan veel groter. In theorie – aldus mijn gedachtenexperiment – zou het mogelijk moeten zijn om beide netwerken onafhankelijk van elkaar in de lucht te houden, op voorwaarde dat er voldoende kritische massa was: genoeg mensen dus om de kringloop van goederen, diensten, geld en arbeid op gang te houden.

Als wat ik dacht ook echt kon, dan zou onderin sprake zijn van een economie waarin – zoals het Spaanse spreekwoord zegt – twee (of meer) wrakken elkaar drijvende kunnen houden, waarin mensen slechts aan het overleven waren, mensen die in wezen niet meer meededen en niet meer meetelden. Op dit punt aangeland had mijn gedachtenexperiment alle onschuld verloren. Maar misschien was het wel heel raar wat ik allemaal bedacht had; ik ben geen econoom. Op mijn werk deelde ik mijn verzinsels met collega’s en daar was wel een econoom aanwezig. Zijn commentaar was kort: ‘Ja hoor, dat heet een tweedeling in de maatschappij!’ Het economische model in de dop dat ik als bijna-veertiger had bedacht, bleek gewoon een ingeburgerd politiek begrip te zijn.

Nu ik de vijftig wel zo’n beetje gepasseerd ben, is daar sinds kort een nieuwe gedachte bij gekomen. Zo hier en daar kwamen de laatste tijd wat nieuwsberichten voorbij waar ik een lijn in meende te herkennen. Nieuwsberichten over taakstraffen en tegenprestaties voor de bijstand en over hoe die soms erg op elkaar kunnen lijken; nieuwsberichten over Friese maatregelen met bijstandstrekkers die verplicht aan het werk worden gezet; over experimenten met aspergesteken en ander land- en tuinbouwwerk. Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar na lezing van het hierna volgende zal wel ongeveer duidelijk zijn welke nieuwsberichten mij zoal zijn opgevallen.

Er is een tweedeling aan het ontstaan in het denken over de betekenis van het begrip ‘werk’. Aan de ene kant hebben we wat altijd al ‘werk’ werd genoemd: iemand maakt een goed of levert een dienst en krijgt daar, per stuk, per uur of per maand voor betaald. Het is werk waarmee je ‘een bijdrage aan de samenleving’ heet te leveren. Maar daarnaast bestaat er ook ‘werk’ dat niet gezien wordt als bijdrage aan de samenleving, maar als tegenprestatie áán die samenleving. Het is een tegenprestatie omdat je iets verkeerd hebt gedaan en dat goed moet maken, of omdat die samenleving je onderhoudt in een situatie waarin je dat zelf niet kunt. Niet zelden wordt over die laatste groep mensen gesproken in termen van de eerste: wie zichzelf niet onderhoudt, benadeelt daarmee de samenleving.

En zo komt het dat geheel niet vrijwillige taakstraffen en niet geheel vrijwillige tegenprestaties voor de bijstand zoveel op elkaar kunnen lijken: werk met een extreem lage status, vuil werk, rotwerk. Wie iets goed te maken heeft met de samenleving mag het doen. Pardon: moet. Als deze ontwikkeling een beetje wil doorzetten, maken onze kinderen de heruitvinding van de slavernij nog mee.


Wát nou fraude?

april 16, 2014

statis1Volgens de berichten zouden 400 eerstejaars economiestudenten aan de UvA hebben gefraudeerd bij hun toets statistiek. Er gaan al kamervragen over gesteld worden. De digitale toets waarmee gefraudeerd zou zijn, kon eenvoudig worden omzeild. Studenten openden de toets in twee browsers tegelijk, verkregen de goede antwoorden in de ene en vulden die vervolgens in de tweede in. Het viel op toen sommige studenten de test sneller gedaan bleken te hebben dan hun docenten het konden. Dat verhaal is overal in de media terecht gekomen. Het is lariekoek.

Om te beginnen hebben er geen 400 studenten gefraudeerd. De examencommissie heeft besloten de uitslag van de toets voor 400 studenten te annuleren. Studenten die kunnen aantonen dat ze voldoende tijd hebben benut om de toets te maken ‘kunnen bezwaar maken’ aldus die commissie, die kennelijk niets meer dan dat durft toe te zeggen. Schuldig dus, totdat onschuld bewezen is. Dat heet grootschalige verdachtmaking, geen grootschalige fraude.

Ik heb wel eens met economiestudenten van de UvA zitten kletsen – ouderejaars trouwens – en ik ken die Maple-toets. Het is een toets die je gewoon thuis of in de bieb kunt maken, met je boeken erbij of in overleg met medestudenten. Op Facebook zijn speciale groepen te vinden van UvA-economiestudenten uit de verschillende jaren waarop driftig onderling wordt gediscussieerd over toetsopgaven, oefententamens en andere studie-opdrachten. Fantastisch. Dat is hoe studeren moet: samen met anderen de zaak bespreken en zo van elkaar leren en van de uitwisseling van ideeën.

Nog mooier is dat je de opdrachten uit de Maple test zo vaak kunt doen als je wilt, net zo lang tot je het goede antwoord krijgt. Het programma vertelt je namelijk of je antwoord klopt en geeft je bij een fout antwoord de kans dezelfde som nog eens te maken, maar nu met andere cijfers. Op die manier kun je net zo lang door gaan tot je de methode om de som op te lossen begrijpt. Studenten kunnen voor deze test, vooropgesteld dat ze er even tijd in steken, dus in principe allemaal een tien halen en dat is de bedoeling ook: Maple is helemaal geen toets maar een trainingsprogramma.

De nu gesignaleerde ‘fraude’ met behulp van twee browsers is bij deze opzet volkomen overbodig en voor de berichtgeving zelfs irrelevant. Een goede student in statistiek kan ook zijn medestudenten voorzeggen, of de test eerst maken en de goede antwoorden doorspelen. Ook dan zullen sommige studenten de test sneller kunnen maken dan mogelijk is. Dat er al veel langer met deze test wordt gefraudeerd, en dat docenten er volgens studenten ook van wisten, hoeft dan ook niet te verbazen.

Waarom dan nu toch deze storm in een glas water? Om te beginnen betreft het economen, die nu eenmaal lijden aan de geloofsovertuiging dat mensen gestimuleerd moeten worden om dingen te doen en die daarbij helaas te vaak denken aan beloning en straf. Daarom krijgen studenten die de toets wekelijks met succes maken een bonus van 0,5 punten op hun eindcijfer voor het vak. Daardoor is het trainingsprogramma ineens een toets geworden.

Sommige studenten zijn helaas dom genoeg geweest om zich door die 0,5 punten te laten verblinden en gooiden een mooie gelegenheid om te oefenen weg. Die types zitten er altijd tussen, dat weet je van te voren als je een beetje docent bent. En een beetje docent weet ook – zoals één van de reageerders (student uva) op de website van de Folia opmerkte – dat studenten die frauderen bij de Maple-toets, het tentamen zelf echt niet halen; te weinig oefening en daardoor geen begrip van de stof.

Maar de belangrijkste reden is dat deze faculteit niet werkelijk geïnteresseerd is in het deugdelijk opleiden van studenten. Het benoemen en naar buiten brengen van de gebeurtenissen als ‘fraude’ en de nogal overtrokken maatregelen ertegen hebben geen ander doel dan de indruk te wekken dat het deze faculteit te doen is om ‘kwaliteit’, om een beeld te scheppen dat van deze opleiding alleen de beste en betrouwbaarste studenten af komen. Het is het oppoetsen van de reputatie van het instituut, dat ook een internationale – engelstalige – opleiding heeft die veel buitenlandse studenten trekt. Er staat met andere woorden voor de examencommissie meer op het spel dan de toekomst van hun studenten.


Internetbankieren

januari 9, 2014

RandomReaderDurft u nog te bankieren via internet? Ik nauwelijks meer. Sinds afgelopen 1 januari zijn er bij de banken nieuwe regels van kracht over bankieren via internet. Ik heb die regels eens nagekeken bij mijn eigen bank en trof redenen genoeg aan om terug te keren naar de acceptgiro.

De – vijf – regels zelf zijn redelijk overzichtelijk. ‘Houd uw beveiligingscodes geheim’ is makkelijk genoeg te doen en voor diegenen die de vele pincodes waarmee ze door het leven moeten, niet allemaal kunnen onthouden, staan er zelfs aardige tips op de website hoe je ze dan het beste toch ergens – versleuteld – kunt opschrijven. ‘Zorg dat nooit een ander uw bankpas gebruikt’ is ook behoorlijk makkelijk: gewoon nooit doen. ‘Controleer uw bankrekening’ is iets wat de meesten toch al wel zullen doen, wellicht dat we het voortaan wat vaker zullen moeten doen. ‘Meld incidenten aan de bank’ hoeft nauwelijks een voorschrift te zijn: wie geld kwijt is, zal de bank heus wel bellen. De kneep zit hem in de regel ‘Zorg voor een goede beveiliging van uw apparatuur’.

Onder een ‘goede beveliging van uw apparatuur’ blijken nogal wat voorschriften te zitten. Ik citeer mijn bank:

Het up-to-date houden van alle software op de door u gebruikte apparaten. Dat geldt zowel voor besturingssystemen als voor toepassingen als browsers etc.

Alle software? Mijn schaakprogramma? Patience? Een beetje computergebruiker heeft al snel een boel werk aan het bijhouden van al zijn software. Wellicht een klein probleem, maar fundamenteler is het besturingssysteem. In mijn geval kan ik mijn besturingsysteem niet meer updaten zonder een nieuwe PC aan te schaffen en daar heb ik even de pecunia niet voor.

Het verwijderen van software die u niet meer gebruikt.

Er staan programma’s op mijn PC die ik hoogstens eens per jaar gebruik, maar die ik wel nodig heb. Het iedere keer opnieuw downloaden van zo’n programma op het moment dat ik het nodig heb is vervelend, maar overkomelijk. Lastiger zijn programma’s die nog wel nuttig zijn, maar niet meer vindbaar op het internet.

Installeren van firewall-software. Niet alleen op uw apparatuur maar ook in de gebruikte netwerkapparatuur zoals bijvoorbeeld uw internetmodem/router.

Toevallig weet ik wat een Firewall is, of tenminste: ik weet wat het ongeveer doet. Maar tot gisteren had ik nog nooit gehoord van de mogelijkheid om firewall-software op je modem te installeren, laat staan dat ik weet hoe dat moet. Ik zou ook niet weten wat mijn leverancier van mijn modem daarvan vindt.

Installeren van antivirus, anti-malware en antispam software op uw apparatuur.

Dit lijkt me niet zo’n probleem. Vrijwel iedereen heeft wel één of meer van dergelijke programma’s op zijn PC staan.

Het verwijderen van alle data en toepassingen van een apparaat dat u weggeeft, verkoopt of weggooit.

Dat is een aardige instinker. Toevallig weet ik van een rechercheur dat het écht verwijderen van alle data op een computer een hels karwei is. Het komt erop neer dat je de harde schijf eruit moet slopen en fysiek volledig moet fijnmalen. Formatteren – zelfs meermaals – werkt niet, verbranden werkt niet goed genoeg, kapot breken schijnt nog minder goed te werken en het populaire verhaal van de sterke magneten schijnt ook lang niet zo goed te werken als iedereen wel denkt. De slijpschijf en keihard doorwerken is het enige dat soelaas biedt.

Afnemen van een antispam-dienst bij uw Internetprovider zodat u minder dubieuze mails ontvangt.

Dat lijkt me geen probleem en de meeste providers hebben standaard al zoiets.

Het instellen van een zo zwaar mogelijk beveiligde verbinding wanneer u een draadloos netwerk gebruikt.

Tsja. We gebruiken altijd en overal wifi en we weten lang niet altijd hoe we de netwerken van anderen op ‘veilig’ moeten zetten. Zou dit op te lossen zijn door alleen thuis te internetbankieren, of loop je al gevaar als je met je laptop door het gebied van een niet-maximaal beveiligde wifi-verbinding loopt? En wat doe je in het buitenland als je in verband met een noodgeval even bij je bank moet wezen?

Het instellen van een automatische vergrendeling op uw apparatuur zodat deze na enige tijd van ongebruikt zijn alleen met een code te ontgrendelen is.

Voor de meeste mensen zal het even zoeken zijn, maar als je het eenmaal hebt ingesteld, is het geen probleem meer.

Zo op het eerste gezicht beoordeeld zullen aan aantal van de door de banken gehanteerde regels al zorgen voor grote problemen bij de meeste mensen. Niet iedereen is een systeembeheerder of is in staat dat te worden. Nog lastiger wordt het als u de nadere uitleg van de regels leest. Zo kwam ik er achter dat ik me er ook van moest vergewissen of mijn Adobe Reader wel up-to-date was. Dat heb ik gechecked en mijn Adobe Reader geeft netjes aan dat hij volledig up-to-date is. Maar het is versie 9 en ik wéét dat er een versie 10 is. Voor Java flash-player geldt hetzelfde en daarvan kan ik niet eens vaststellen of ik het héb.

Ook mijn browser hoort up-to-date te zijn en ook die geeft niet anders aan dan dat hij up-to-date is. Ik zou rustig verder kunnen als ik niet een paar maanden geleden de melding had gekregen dat een nieuwere versie van de browser een nieuw besturingssysteem vergt en dat mijn oudere versie mogelijk niet helemaal veilig meer is. Wil ik dus verder bankieren via internet dan heb ik een nieuwe PC nodig. Iemand is hier rijk aan het worden…

Veel vervelender is de manier waarop de regels zijn geformuleerd. ‘Up-to-date’, ‘niet meer gebruikt’, ‘zo zwaar mogelijk beveiligd’, ‘na enige tijd’; het zijn stuk voor stuk boterzachte formuleringen die zo soepel en zo streng geinterpreteerd kunnen worden als men maar wil. En daar zit mijn werkelijke probleem. Een bank zal met deze regels in de hand altijd een stok kunnen vinden als ze de hond willen slaan. En het kolst ze geld als ze die hond niet slaan. De hamvraag is dan ook of die banken kwaad willen en eerlijk gezegd lijkt me het antwoord op die vraag, gezien het economische nieuws van de afgelopen jaren, heel erg duidelijk.


Koningslied

april 21, 2013

De paniek is geloof ik een beetje toegeslagen nu het koningslied openbaar is gemaakt. Het schijnt echt heel, héél erg slecht te zijn. Slechter dan onze slechtste inzending voor het Eurovisie Songfestival. Velen vragen zich af of het nog recht te trekken is.

Welnu, ik heb een oplossing. Het is wel een beetje een raar idee hoor. Misschien is het voor de gemiddelde Nederlander wel iets té revolutionair. Maar toch durf ik -we hebben immers nog maar enkele dagen te gaan en de nood is dus groot- het volgende voor te stellen: het Wilhelmus?

De tekst is 16e eeuws, mogelijk gedicht door een Nederlander en de muziek is even oud: een Noord-Frans Hugenotenlied. Ik heb altijd begrepen dat het oorspronkelijk een dansmelodie is, maar welke dans erbij hoort, daar ben ik nooit achter gekomen. In ouderdom wordt het alleen overtroffen door het volkslied van Japan, dat een tekst uit de negende eeuw schijnt te hebben, maar een melodie uit de negentiende. ‘Ons’ Wilhelmus is dus het oudste volkslied ter wereld.

Het Wilhelmus heeft niet alleen een lange, maar ook een bewogen geschiedenis. Zo is het een tijd geen nationale hymne geweest. Mijn vader heeft mij eens verteld dat die plek ooit bijna is ingenomen door ‘Waar de blanke top der duinen’, u weet wel, die van ‘van vreemde smetten vrij’. Het is ook niet begonnen als volkslied, maar als propaganda van opstandelingen tegen het door God boven ons gestelde bevoegd gezag. En bijna vanzelfsprekend zijn de katholieken een tijdje mordicus tegen het lied geweest. Het lijkt wel Holland. Ik wil maar zeggen: qua erfgoed is het Wilhelmus iets om trots op te zijn, ware het niet dat we Nederlanders waren.

Laten we wel wezen: net als van het koningslied kent niemand de tekst. Het wordt nauwelijks gezongen en bovendien moet het ongeveer twee keer zo snel gezongen worden dan men normaal doet. Er valt voor de vele oranjeverenigingen en andere enthousiastelingen een heleboel te oefenen op al die vijftien coupletten op bijna-rap-tempo. De muziek en de tekst zijn overal te vinden, alleen nog een vrijwillige volkszanger die het even voor wil doen voor het juiste tempo.

Maar ja, dit is natuurlijk wel een héél wild idee…