Internetbankieren

januari 9, 2014

RandomReaderDurft u nog te bankieren via internet? Ik nauwelijks meer. Sinds afgelopen 1 januari zijn er bij de banken nieuwe regels van kracht over bankieren via internet. Ik heb die regels eens nagekeken bij mijn eigen bank en trof redenen genoeg aan om terug te keren naar de acceptgiro.

De – vijf – regels zelf zijn redelijk overzichtelijk. ‘Houd uw beveiligingscodes geheim’ is makkelijk genoeg te doen en voor diegenen die de vele pincodes waarmee ze door het leven moeten, niet allemaal kunnen onthouden, staan er zelfs aardige tips op de website hoe je ze dan het beste toch ergens – versleuteld – kunt opschrijven. ‘Zorg dat nooit een ander uw bankpas gebruikt’ is ook behoorlijk makkelijk: gewoon nooit doen. ‘Controleer uw bankrekening’ is iets wat de meesten toch al wel zullen doen, wellicht dat we het voortaan wat vaker zullen moeten doen. ‘Meld incidenten aan de bank’ hoeft nauwelijks een voorschrift te zijn: wie geld kwijt is, zal de bank heus wel bellen. De kneep zit hem in de regel ‘Zorg voor een goede beveiliging van uw apparatuur’.

Onder een ‘goede beveliging van uw apparatuur’ blijken nogal wat voorschriften te zitten. Ik citeer mijn bank:

Het up-to-date houden van alle software op de door u gebruikte apparaten. Dat geldt zowel voor besturingssystemen als voor toepassingen als browsers etc.

Alle software? Mijn schaakprogramma? Patience? Een beetje computergebruiker heeft al snel een boel werk aan het bijhouden van al zijn software. Wellicht een klein probleem, maar fundamenteler is het besturingssysteem. In mijn geval kan ik mijn besturingsysteem niet meer updaten zonder een nieuwe PC aan te schaffen en daar heb ik even de pecunia niet voor.

Het verwijderen van software die u niet meer gebruikt.

Er staan programma’s op mijn PC die ik hoogstens eens per jaar gebruik, maar die ik wel nodig heb. Het iedere keer opnieuw downloaden van zo’n programma op het moment dat ik het nodig heb is vervelend, maar overkomelijk. Lastiger zijn programma’s die nog wel nuttig zijn, maar niet meer vindbaar op het internet.

Installeren van firewall-software. Niet alleen op uw apparatuur maar ook in de gebruikte netwerkapparatuur zoals bijvoorbeeld uw internetmodem/router.

Toevallig weet ik wat een Firewall is, of tenminste: ik weet wat het ongeveer doet. Maar tot gisteren had ik nog nooit gehoord van de mogelijkheid om firewall-software op je modem te installeren, laat staan dat ik weet hoe dat moet. Ik zou ook niet weten wat mijn leverancier van mijn modem daarvan vindt.

Installeren van antivirus, anti-malware en antispam software op uw apparatuur.

Dit lijkt me niet zo’n probleem. Vrijwel iedereen heeft wel één of meer van dergelijke programma’s op zijn PC staan.

Het verwijderen van alle data en toepassingen van een apparaat dat u weggeeft, verkoopt of weggooit.

Dat is een aardige instinker. Toevallig weet ik van een rechercheur dat het écht verwijderen van alle data op een computer een hels karwei is. Het komt erop neer dat je de harde schijf eruit moet slopen en fysiek volledig moet fijnmalen. Formatteren – zelfs meermaals – werkt niet, verbranden werkt niet goed genoeg, kapot breken schijnt nog minder goed te werken en het populaire verhaal van de sterke magneten schijnt ook lang niet zo goed te werken als iedereen wel denkt. De slijpschijf en keihard doorwerken is het enige dat soelaas biedt.

Afnemen van een antispam-dienst bij uw Internetprovider zodat u minder dubieuze mails ontvangt.

Dat lijkt me geen probleem en de meeste providers hebben standaard al zoiets.

Het instellen van een zo zwaar mogelijk beveiligde verbinding wanneer u een draadloos netwerk gebruikt.

Tsja. We gebruiken altijd en overal wifi en we weten lang niet altijd hoe we de netwerken van anderen op ‘veilig’ moeten zetten. Zou dit op te lossen zijn door alleen thuis te internetbankieren, of loop je al gevaar als je met je laptop door het gebied van een niet-maximaal beveiligde wifi-verbinding loopt? En wat doe je in het buitenland als je in verband met een noodgeval even bij je bank moet wezen?

Het instellen van een automatische vergrendeling op uw apparatuur zodat deze na enige tijd van ongebruikt zijn alleen met een code te ontgrendelen is.

Voor de meeste mensen zal het even zoeken zijn, maar als je het eenmaal hebt ingesteld, is het geen probleem meer.

Zo op het eerste gezicht beoordeeld zullen aan aantal van de door de banken gehanteerde regels al zorgen voor grote problemen bij de meeste mensen. Niet iedereen is een systeembeheerder of is in staat dat te worden. Nog lastiger wordt het als u de nadere uitleg van de regels leest. Zo kwam ik er achter dat ik me er ook van moest vergewissen of mijn Adobe Reader wel up-to-date was. Dat heb ik gechecked en mijn Adobe Reader geeft netjes aan dat hij volledig up-to-date is. Maar het is versie 9 en ik wéét dat er een versie 10 is. Voor Java flash-player geldt hetzelfde en daarvan kan ik niet eens vaststellen of ik het héb.

Ook mijn browser hoort up-to-date te zijn en ook die geeft niet anders aan dan dat hij up-to-date is. Ik zou rustig verder kunnen als ik niet een paar maanden geleden de melding had gekregen dat een nieuwere versie van de browser een nieuw besturingssysteem vergt en dat mijn oudere versie mogelijk niet helemaal veilig meer is. Wil ik dus verder bankieren via internet dan heb ik een nieuwe PC nodig. Iemand is hier rijk aan het worden…

Veel vervelender is de manier waarop de regels zijn geformuleerd. ‘Up-to-date’, ‘niet meer gebruikt’, ‘zo zwaar mogelijk beveiligd’, ‘na enige tijd’; het zijn stuk voor stuk boterzachte formuleringen die zo soepel en zo streng geinterpreteerd kunnen worden als men maar wil. En daar zit mijn werkelijke probleem. Een bank zal met deze regels in de hand altijd een stok kunnen vinden als ze de hond willen slaan. En het kolst ze geld als ze die hond niet slaan. De hamvraag is dan ook of die banken kwaad willen en eerlijk gezegd lijkt me het antwoord op die vraag, gezien het economische nieuws van de afgelopen jaren, heel erg duidelijk.

Advertenties

De procedures

december 14, 2013

renata-meisje-asiel-ziek-eo_0‘Zie je wel!’ riep mijn vrouw verontwaardigd, ‘Nederlandse huisartsen zijn gewoon slecht!’ We zaten naar het journaal te kijken waarin werd bericht dat Nederland een Georgische asielzoekster heeft uitgezet die doodziek was. Een meisje van zes bovendien. Vrijwel direct na aankomst in Polen (naar verluid binnen 20 minuten) stelden Poolse artsen vast dat ze acute leukemie had. Hier te lande was ze met enige regelmaat gezien door – u raadt het al – Nederlandse huisartsen die haar allemaal met het spreekwoordelijke paracetamolletje in het riet gestuurd hadden.

En het kan nog erger. Wat ik hierboven schrijf is namelijk niet helemaal waar. De laatste huisarts die de onfortuinlijke asielzoekster zag, heeft de ernst van de klachten wel ingezien en een bloedonderzoek voorgeschreven. Maar er waren belangrijker zaken af te handelen: uitzetting gaat in Nederland – kennelijk – voor deugdelijk medisch onderzoek. Eenmaal in de gevangenis vroegen de ouders nog om het bloedonderzoek, maar er gebeurde niets.

In Nederland is het verboden een doodzieke patiënt uit te zetten. Je zou denken ‘gelukkig maar’, maar een meisje van zes is in Nederland niet doodziek als ze al een week of twee koorts heeft en om de haverklap een bloedneus. Doodziek ben je hier pas als een daartoe bevoegd persoon door middel van vakbekwaam onderzoek heeft vastgesteld dat je iets mankeert en wat. Zolang dat niet is gebeurd, ben je gezond en mag je worden uitgezet.

En zo kon het gebeuren dat Grote Denker Fred Teeven op het journaal verscheen en – zonder in schaterlachen uit te barsten – kon beweren dat alles geheel volgens de voorgeschreven procedures was verlopen. Iedereen had zich netjes aan de regels gehouden en de vastgestelde protocollen gevolgd en dus was er niks fout gegaan.

Ik weet vrij zeker dat de moeder die ons deze minister schonk, haar Fredje nooit met veertig graden koorts en bloedneuzen op het vliegtuig richting Polen had gezet. Moeders – en andere normale mensen – hebben daar geen bevoegd deskundige voor nodig en geen protocollen of procedures.


Vuilnisbakkenras

september 21, 2013

Foto0422

De wijnflesstandaard hierboven is niets meer dan een beukenhouten plankje met een schuin geboord gat erin. Maar juist die eenvoud maakt het typisch voor Nederlandse design. Ik heb geen idee wie de ontwerper is. Ik heb het ook niet gekocht maar op straat bij het vuilnis gevonden. Waarschijnlijk had de eigenaar geen idee waar het voor diende. En ja, er zit een vlekje op.

En zo heb ik wel meer spullen in huis waar ik nooit voor betaald heb. Ik kook nog uit de pannen waarmee mijn ouders getrouwd zijn. Prinz-pannen waar de handvatten al lang van af zijn, waardoor ze nu in elkaar passen, en ze hebben een dikke koperen bodem waardoor ze uitstekend koken. Het bestek van hun uitzet heb ik ook nog: roestvrij staal design uit de jaren zestig dat niet uitblinkt in schoonheid, maar onverwoestbaar is. Een deel van hun oude servies heb ik ooit weggegeven aan een archeoloog voor zijn vergelijkingscollectie van 20e eeuws aardewerk.

Onze eettafelstoelen heb ik meegenomen uit het kantoor van mijn oude baas toen hij dat wilde gaan restylen. De stoelen waren nog prima en nu, zes jaar later doen ze het nog. Alleen af en toe de dopjes van de poten vervangen. De glazen eetkamertafel is ooit door de eigenaar afgedankt nadat het stalen frame bij een verhuizing verbogen was. Twee vrienden met technische aanleg van me hebben het recht gebogen en de tafel staat nu bij ons. Je merkt er niets van dat het frame op twee plekken gebroken is. En op die tafel staat een kandelaar voor vier kaarsen die ook bij het vuilnis is weggehaald.

Ik merk steeds dat ik er lol in heb om spullen die nog een heel leven voor zich hebben dat hele leven ook te geven. Dat is niet uit zuinigheid, maar gewoon omdat ik het zonde vind om design weg te doen of spullen die het nog prima doen weg te gooien. Jammer van alle moeite die er ooit in gestoken is. Maar mijn vrouw moet zich rotgeschrokken zijn toen ze er achter kwam dat ze getrouwd was met een vuilnisbakkenras.

Misschien krijgt ze de smaak toch te pakken: laatst kwam ze met een aantal bordjes en kopjes thuis van een servies waar ik een paar borden van heb, maar dat echt te duur is om echt aan te schaffen. Een vriendin van haar had ze niet meer nodig. Nu drinken we ’s middag’s high tea uit echte Wedgewood theekopjes…


les Clochards genomineerd

september 18, 2013

Zo af en toe neemt het veel grotere blog Sargasso een post van dit blog over, maar verder zal het lezerspubliek van mijn stukjes niet echt heel erg groot zijn. Dan is het des te leuker om te horen dat les Clochards genomineerd is voor de Blogparels 2013. Of beter: mijn stukje Aso’s is genomineerd. Ik citeer van hun blog:

De Blogparel is de enige, levende ‘award’ voor weblogs die de lezers een lach ontlokken en vervolgens tot nadenken zetten. Die formulering is gejat van de IG Nobelprijs, een parodie op de echte Nobelprijzen voor wetenschappen.

Ik heb natuurlijk geen idee of ik ook iets ga winnen, maar genomineerd zijn voelt al alsof ik de komende tijd flink naast mijn schoenen kan gaan lopen…


Jonge Mannen

augustus 30, 2013

Aan het einde van de film Lawrence of Arabia (1962) zit een scene waarin Alec Guiness in zijn rol als koning Faisal een onvergetelijke tekst uitspreekt:

There’s nothing further here for a warrior. We drive bargains, old men’s work. Young men make wars and the virtues of war are the virtues of young men: courage and hope for the future. Then old men make the peace … and the vices of peace are the vices of old men: mistrust and caution. It must be so.

Vervolgens wordt Lawrence, die zojuist zo’n beetje het hele Midden-Oosten heeft veroverd, weggepromoveerd. Hij is immers een jonge man, ideaal voor het voeren van oorlog, maar hopeloos als het gaat om politiek.

Er wordt momenteel geen oorlog gevoerd in Nederland, maar toch heb ik het idee dat we een soort Lawrence of Arabia aan het roer hebben staan: Mark Rutte, aan wie ik een zekere dosis moed toeschrijf en beslist veel hoop voor de toekomst. Hij is volgens bovenstaande tekst een typische jonge man en als u het mij vraagt een té jonge.

Want maar weinig echte politici, oude mannen die voorzichtig kunnen zijn en voldoende wantrouwen bezitten, zullen zich eerst bij Europa met volle inzet sterk maken voor een keiharde 3%-norm, om vervolgens te ontdekken dat ze zichzelf in de hoek geschilderd hebben.

Weinig echte politici zullen in een situatie terecht komen waarin ze gedwongen zijn – tegen beter weten in – maatregelen in te voeren die ze liever niet invoeren, alleen omdat ze in het verleden te enthousiast en hoopvol zijn geweest. Echte politici zijn daar te voorzichtig en wantrouwend voor, oude mannen.

De bezuinigingen en lastenverzwaringen die nu in de coalitie zijn afgesproken, gaan de crisis niet oplossen, maar erger maken. Nu al voorspellen economen een nieuwe ronde en is de spiraal compleet. Herstel zal pas komen door mee te surfen op mondiaal herstel, niet dankzij regeringsbeleid.

Misschien zit er toch iets in de oude Romeinse regel dat bepaalde openbare ambten pas bekleed mogen worden boven een bepaalde leeftijd. In het geval van premier denk ik aan minimaal 60.


Behoud door behoud (2)

augustus 29, 2013

Het hemelse gerecht heeft zich ten lange leste
Ontfermd over mij en mijn benauwde veste

of zoiets…

En dan is er nog ‘Constantijntje, zalig kijndje’ en iets met een ‘lodderoogh’, maar verder dan dat strekt mijn kennis van Vondel (1587-1679) niet. Van Bredero (1585-1618) ken ik slechts de uitdrukking ‘Het kan verkeren’ en van Jacob Cats (1577-1660) slechts één sneldicht:

Een sneldicht is een dicht dat snel en dicht is.

Daarmee is mijn kennis van de 17e eeuwse Nederlandse poezie (pakweg 400 jaar oud) wel uitgeput en ik denk dat ik vrij representatief ben voor het hoogopgeleide deel der natie, Neerlandici natuurlijk uitgezonderd. Eigenlijk is dat behoorlijk beschamend.

Dat is heel anders in Iran en niets kan dat beter illustreren dan het volgende video-fragment.

Dit is een aflevering van Shabake Nim, ‘kanaal 1/2’, de Iraanse versie van Spitting Image, satire die vanzelfsprekend niet in Iran gemaakt wordt, maar in de VS door een Iraanse satelietzender. Het gaat me alleen nu even niet om de satire, maar om de inhoud van de sketch die op 15:20 begint. Een gesprek tussen twee hooggeplaatste Iraanse geestelijken waar u waarschijnlijk niets van begrijpt (rechts Rafsanjani, de linker ken ik niet).

Dat gesprek is een spelletje waarbij de spelers dichtregels uitwisselen: mosja’er. De eindletter van de eerste dichtregel is de beginletter van de dichtregel die je medespeler moet opdissen. Het spel is populair onder Iraniers. Ze leren er ook genoeg gedichten voor op school en het is helemaal niet raar als een gewone Iranier op straat u kan vergasten op strofes van Ferdowsi (935-1020), Omar Khayyam (1048-1123), Sa’adi (1184-1291) of Hafez (1320-1390), om alleen de meest bekende maar te noemen.

Poezie van meer dan duizend tot ruim zeshonderd jaar oud. Het is in Iran nog steeds levende traditie en dat komt omdat deze poezie is verweven met het dagelijks leven. Dichtwerken worden nog steeds gezongen, geraadpleegd op Yalda, het feest in de nacht van 21 december, in de hoop een aanwijzing te vinden over de lotgevallen van het komende jaar. Graven van beroemde dichters zijn geliefde plekken om op bezoek te gaan.

Op de Iraanse televisie zijn quizprogramma’s te zien waarbij kandidaten een los woord krijgen en daar uit het hoofd een dichtregel bij moeten vinden. Dezelfde wedstrijdjes worden thuis gespeeld.

En zelfs als ze hun eigen politici belachelijk willen maken, wordt er gebruik gemaakt van dichters van eeuwen her…


Ophef over Ramadan (2)

juli 23, 2013

Gisteren blogde ik al over een knorrige ingezonden brief van Anton van Hooff over de in zijn ogen overdreven aandacht voor de Ramadan in de media. Vanochtend trof ik in de trein een achtergelaten Handelsblad aan en daarin gooit Hafid Bouazza er nog een schepje bovenop. Aan de Ramadan zou niets spiritueels zijn.

Dat toont hij aan met behulp van faits divers, zoals de bidbult op het voorhoofd van vrome moslims, die je ook kunstmatig kunt aanbrengenramadandiensten die de politie draait en een Marokkaanse fietsendief die zijn onschuld bepleit met het feit dat het Ramadan is en hij dus geen fiets gestolen kan hebben, in combinatie met een vertoog als dit:

Het antwoord is dat voor inheemse Nederlanders, die enkele individuele stappen verder zijn, hun voortvarendheid enkel bevestigd kan worden door een achtergesteldheid van gemeenschappelijkheid. Daarvoor voelen zij een nostalgie, omdat zij de ellende ervan nooit ondervonden hebben, maar daarin wel een strijd weerspiegeld zien (hoe vervormd ook) die hun verwekkers en voorverwekkers hebben gevoerd. Aldus kunnen zij hun atavistische besef overdragen, omdat zij de luxe hebben nooit met de ellende ervan te zijn opgezadeld.

Ik spreek een taal of tien en heb voor wiskunde nooit lager gescoord dan een negen, maar hier kan ik geen touw aan vastknopen. Bouazza’s conclusie is echter heel duidelijk: voor de vastenmaand hoeft geen enkel respect opgebracht te worden, deze is slechts gebaseerd op folklore, onnadenkende volgzaamheid en onwetendheid.

Maar wat is daar in vredesnaam mis mee? In iedere religie doet het gros van de mensen mee uit gewoonte, zonder precies te weten hoezo en waarom. Moslims zijn daarop geen uitzondering. Wie heeft ooit bepaald dat je alleen respect hoeft te hebben voor overtuigingen die je tot op het naadje van de kous kunt verantwoorden?

En nu we het toch over dat naadje hebben. Qua onwetendheid kan Bouazza er ook wat van. Hij citeert een traditioneel islamitisch verhaal over het ontstaan van de islamitische vasten.

Het verhaal gaat dat toen Mohammed in Medina arriveerde hij Joden zag vasten, voorafgaand aan Jom Kippoer. Toen hij vroeg wat zij aan het doen waren, kreeg hij ten antwoord dat zij eten en drinken vermeden om te gedenken dat Mozes en de Israëlieten door de Heer verlost werden van de Farao. Hierop gebad hij zijn volgelingen ook de vasten te betrachten en sprak: ‘Wij hebben meer recht op Mozes dan zij.’ (Het motief voor de vasten, tien dagen voor Jom Kippoer, heeft de hadith fout, maar dat doet er niet toe, want moslims zullen zeggen dat Joden –en christenen– de rituelen gecorrumpeerd hebben, zoals zij de Geschriften vervalst zouden hebben.)

Hierin is geen ‘spirituele’ oorsprong voor vasten te ontwaren: dit kan niet anders verklaard worden dan onteigening van andermans traditie en ritueel.

Bouazza formuleert het als een beschuldiging, alsof hij een uniek geval te pakken heeft en alsof de geschiedenis van religies niet aan elkaar hangt van het van elkaar overnemen van religieuze tradities en verhalen.

Belangrijker is dat het verhaal helemaal niet over de Ramadan gaat, maar over Ashura, het islamitische equivalent van Jom Kippoer. Beide vastendagen vallen op de tiende dag van de eerste maand van het jaar. Ashura betekent ‘tien’, vandaar wellicht Bouazza’s vergissing met ‘tien dagen voor Jom Kippoer’. Dat is echter het Joodse Nieuwjaar, de vasten valt toch echt op Jom Kippoer zelf.

Het is bovendien nog maar de vraag of het door Bouazza geciteerde verhaal wel klopt. Andere traditionele islamitische anecdotes vermelden dat Mohammed al in Mekka vastte op Ashura en zelfs dat deze vastendag werd gehouden door de heidenen aldaar. En de claim op Mozes is raar voor de islam. Ook in de islam is Mozes toch vooral de profeet die de Israelieten bevrijdde uit Egypte. Als er al een claim vanuit de islam op een bijbels figuur ligt, dan gaat dat eerder om Abraham, hét voorbeeld voor alle monotheisten, aldus de islam, en bovendien stamvader van zowel Israelieten als Arabieren.

Gisteren blogde ik al dat ik me kon voorstellen dat moslims de behoefte voelen om hun omgeving ervan te overtuigen dat hun vastenmaand iets volkomen normaals is en hetzelfde respect verdient als andere vreemde folklore. Als dan zelfs eigen (ex) geloofsgenoten -die beter zounden moeten weten- je dan ook nog van dienst zijn met het verspreiden van onjuiste informatie, kan ik me die behoefte alleen maar beter voorstellen.