Fred bedankt!

juni 18, 2013

fred-de-graaf-960x450

Beste Fred,

Via deze weg wil ik je bedanken. Je hebt Nederland behoed voor een uitglijder en daarvoor je nek uitgestoken. Dat is voor jou persoonlijk niet erg goed afgelopen, maar man, wat ben ik blij dat je in je opzet bent geslaagd. Zonder jou had Nederland, om een partijgenoot van je te citeren, ‘een pleefiguur geslagen’.

Als jij niet had gedaan wat je gedaan hebt, had onze nieuwe koning zijn inhuldiging moeten doen in gezelschap van een man die zijn coalitiegenoten verraadt, zijn kiezers bedriegt, het publiek belazert, minderheden kleineert, onzin uitvent, ruzie zoekt, intolerantie predikt, migranten schoffeert, al vijftien jaar aan het pluche kleeft en meer in het algemeen zelf het hardste doet wat hij zijn – al of niet vermeende – tegenstanders verwijt.

Het is misschien niet helemaal volgens de regels wat je gedaan hebt, maar om de man die de wethouder van Juinen naar de kroon steekt te citeren: ‘Ongelijke gevallen hoeven niet gelijk te worden’.


De wetten, de regels

juni 12, 2013

Er loopt een man op de weg tussen Jeruzalem en Jericho, alleen, de sukkel. Hij heeft het aan zichzelf te danken dat hij wordt beroofd en voor dood wordt achtergelaten langs de kant van de weg. Had hij maar in een groep moeten reizen zoals elk weldenkend mens doet.

Terwijl hij daar ligt te zieltogen, komt er een priester langs. Je zou denken dat die het goede voorbeeld geeft en dat doet hij ook: hij loopt met een grote boog om de man heen. Dat doet hij niet omdat hij zo’n enorme egoist is, of gewoon geen zin heeft in het gedoe dat nu eenmaal bij hulpverlening komt kijken. Integendeel: hij zou best willen helpen, maar hij moet zich wel aan de wet houden.

Die wet is niet democratisch door het volk bepaald. Hij is ook niet in het regeerakkoord afgesproken, maar hij moet wel nageleefd worden. Hij komt namelijk van God zelf. Leest u maar na, in de Willibrordvertaling van Leviticus 21:

De HEER sprak tot Mozes: ‘Zeg tegen de priesters, de zonen van Aäron: Een priester mag zich niet verontreinigen aan het lijk van een volksgenoot, tenzij het gaat om een naaste bloedverwant: zijn vader, zijn moeder, zijn zoon, zijn dochter, zijn broer. Hij mag zich ook verontreinigen aan een ongehuwde zuster, die hem nog na staat, omdat zij niet met een man geweest is. Maar zodra zij gehuwd is, mag hij zich niet aan haar verontreinigen en zich niet ontwijden.

De leviet – een soort assistent-priester –  die enige tijd later volgt, kan natuurlijk niet anders dan het goede voorbeeld volgen en loopt met eenzelfde boog netjes om de man heen.

U kent waarschijnlijk allemaal de goede afloop van het verhaal: een Samaritaan realiseert zich dat het wel verdomme een mens is die daar ligt, bekreunt zich niet om de reinheidsregels, noch om zijn goeie geld en doet wat een fatsoenlijk mens nu eenmaal hoort te doen.

Sinds die grappenmaker uit Nazareth dit verhaal vertelde, is er blijkbaar niet veel veranderd. Afgelopen 15 mei besprak de Vlaamse schijver Dimitri Verhulst bij Paul & Witteman de manier waarop wij denken over illegalen. Dat deed hij als fatsoenlijk mens en bepaald niet in de tale Kanaäns, maar daarom niet minder welsprekend.

Grote Denker Fred Teeven reageert erop en vertolkt op fenomenale wijze de rol van priester en leviet: er zijn wetten afgesproken en daar hebben we ons aan te houden, n’importe quoi.