Koningslied

april 21, 2013

De paniek is geloof ik een beetje toegeslagen nu het koningslied openbaar is gemaakt. Het schijnt echt heel, héél erg slecht te zijn. Slechter dan onze slechtste inzending voor het Eurovisie Songfestival. Velen vragen zich af of het nog recht te trekken is.

Welnu, ik heb een oplossing. Het is wel een beetje een raar idee hoor. Misschien is het voor de gemiddelde Nederlander wel iets té revolutionair. Maar toch durf ik -we hebben immers nog maar enkele dagen te gaan en de nood is dus groot- het volgende voor te stellen: het Wilhelmus?

De tekst is 16e eeuws, mogelijk gedicht door een Nederlander en de muziek is even oud: een Noord-Frans Hugenotenlied. Ik heb altijd begrepen dat het oorspronkelijk een dansmelodie is, maar welke dans erbij hoort, daar ben ik nooit achter gekomen. In ouderdom wordt het alleen overtroffen door het volkslied van Japan, dat een tekst uit de negende eeuw schijnt te hebben, maar een melodie uit de negentiende. ‘Ons’ Wilhelmus is dus het oudste volkslied ter wereld.

Het Wilhelmus heeft niet alleen een lange, maar ook een bewogen geschiedenis. Zo is het een tijd geen nationale hymne geweest. Mijn vader heeft mij eens verteld dat die plek ooit bijna is ingenomen door ‘Waar de blanke top der duinen’, u weet wel, die van ‘van vreemde smetten vrij’. Het is ook niet begonnen als volkslied, maar als propaganda van opstandelingen tegen het door God boven ons gestelde bevoegd gezag. En bijna vanzelfsprekend zijn de katholieken een tijdje mordicus tegen het lied geweest. Het lijkt wel Holland. Ik wil maar zeggen: qua erfgoed is het Wilhelmus iets om trots op te zijn, ware het niet dat we Nederlanders waren.

Laten we wel wezen: net als van het koningslied kent niemand de tekst. Het wordt nauwelijks gezongen en bovendien moet het ongeveer twee keer zo snel gezongen worden dan men normaal doet. Er valt voor de vele oranjeverenigingen en andere enthousiastelingen een heleboel te oefenen op al die vijftien coupletten op bijna-rap-tempo. De muziek en de tekst zijn overal te vinden, alleen nog een vrijwillige volkszanger die het even voor wil doen voor het juiste tempo.

Maar ja, dit is natuurlijk wel een héél wild idee…

Advertenties

Een brood stelen

april 18, 2013

tiny-muskens

Op 2 oktober 1996 haalde bisschop Tini Muskens van Breda de landelijke pers met zijn uitspraak dat iemand die te arm is om een brood te kopen het recht heeft om het te stelen. Politici van links tot rechts lieten hun afkeuring horen.

Eén van hen was Frits Bolkestein. Hij gaf zijn verontwaardiging nog een extraatje mee door de bisschop met zijn eigen wapen te bestrijden: de bijbel. Wie uit honger stal, moest dat zevenvoudig terug betalen, aldus de Heilige Schrift zélf. De kerkvorst uit Breda kreeg een koekje van eigen deeg.

Het staat er inderdaad, in Spreuken hoofdstuk 6, vers 30 en 31:

ze verachten een dief niet wanneer hij steelt,-
om zijn lege keel te vullen
wanneer hij honger lijdt;
is hij betrapt
dan moet hij zevenvoudig vergoeden,-
al het geld bij hem in huis moet hij afgeven;
(Naardense vertaling)

Ik weet niet of iemand Frits Bolkestein ooit heeft uitgelegd dat hij met deze tekst de bisschop helemaal niet kapittelde over stelen, maar over vreemdgaan. Dat zie je als je de tekst eromheen leest:

Zal iemand vuur in zijn boezem nemen,
 dat zijn klederen niet verbrand worden?
Zal iemand op kolen gaan,
 dat zijn voeten niet branden?
Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat;
 al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
Men doet een dief geen verachting aan,
 als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft;
En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig;
 hij geeft al het goed van zijn huis.
Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos;
 hij verderft zijn ziel, die dat doet;
Plage en schande zal hij vinden,
 en zijn smaad zal niet uitgewist worden.
Want jaloersheid is een grimmigheid des mans;
 en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
Hij zal geen verzoening aannemen;
 en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
(vers 27 t/m 35 in de Statenvertaling)

De strekking van deze tekst is duidelijk: wie steelt, zal gebukt gaan onder de strenge boetes, maar verliest zijn eer niet. Wie het met de vrouw van een ander doet, verliest zijn eer en mogelijk zelfs zijn leven. Je kunt dus veel beter een dief zijn dan vreemd gaan. Een liberaal als Bolkestein zal dat onmiddellijk herkennen als een zuiver utilitaristisch argument, gespeend van iedere neiging tot moraliseren.

Toch is dat niet het hele punt van deze tekst. De schijver van het boek Spreuken verwijst impliciet namelijk naar enkele voorschriften uit de wet van Mozes, de thora:

stel, iemand stéélt een os, of een schaap,
en hij heeft hem geslacht of verkocht:
met vijf stuks rundvee
maakt hij het goed voor de os
en met vier stuks wolvee voor het schaap.
Wordt het gestolene levend bij hem teruggevonden, een koe, een ezel, een geit of een schaap, dan moet hij een dubbele vergoeding geven.

Als hij, betrapt, wordt aangetroffen
met het gestolene in zijn hand,
van os tot ezel tot schaap, nog levend,
zal hij het met het dubbele vergoeden.
(Exodus 21:37 en 22:3 in de Naardense vertaling)

Dit is ‘pluk ze’-wetgeving uit de oudheid. Ook destijds vond men al dat misdaad niet mocht lonen. Wie vee stal, moest niet alleen betalen voor de geleden schade. Ook de winst die op ‘slacht en verkoop’ was geboekt, moest worden terugbetaald. Vandaar de vier- tot vijfvoudige vergoeding. Wanneer de rechtmatige eigenaar de levende have wél ongeschonden terug kreeg, gold alleen een dubbele vergoeding: teruggave van het vee zelf, plus een boete die bij de ernst van het misdrijf paste.

De hoogste vergoeding was het vijfvoudige van wat gestolen was, maar zeker niet het zevenvoudige. De hongerige dief die de schrijver van Spreuken voor ogen heeft, wordt dus te streng gestraft, veel strenger dan de eigen wetten voorschrijven.

De door Frits Bolkestein aangehaalde tekst stelt dat stelen en daarvoor onrechtvaardig streng gestraft worden, altijd nog beter is dan vreemdgaan, niet dat wie een brood uit honger steelt, dat zevenvoudig moet terugbetalen. Sterker nog: de tekst gaat er zelfs van uit dat dat niet het geval is.

De politicus dacht de bisschop te kunnen overtroeven. In de ogen van de landelijke pers heeft hij dat ook beslist gedaan. Eén nul voor Bolkestein. Nu is dat voor een politicus ook voldoende: scoren terwijl de camera’s gericht zijn op het tumult, dát telt.

Dat je achteraf op de band kunt zien dat de scorende politicus eigenlijk buitenspel stond en een onkundig voetballer bleek, haalt hoogstens een half kolommetje op pagina drie…

…of een blogpost op Les Clochards.


Aso’s

april 7, 2013

Image0219

Lopend op straat wil ik nog wel eens stilstaan bij een fiets waarvan de eigenaar bij het parkeren is vergeten zijn achterlamp uit te zetten. Tegenwoordig zijn dat meestal lampen op een batterij en wie vergeet het knopje te beroeren, zit al snel aan de aanschaf van nieuwe batterijen en een kleine vervangklus met de schroevendraaier.

Het uitzetten van zo’n achterlamp is trouwens geen lichte opgave. Ik weet niet waarom maar fietslichtontwerpers lijken er een hels plezier in te hebben de knopjes, ze zijn ook altijd minuscuul, zo onvindbaar mogelijk te maken. Bovendien lijkt het aantal modellen oneindig. Ik ben er tot nu toe in ieder geval niet in geslaagd twee exemplaren van hetzelfde model achterlamp te vinden. Tenslotte is het in de winter ook bepaald geen genoegen om met halfbevroren vingers de medemens van dienst te zijn.

Maar ik weet hoe vervelend het is om in de winter -de plaatselijke hermandad controleert dan op fietslicht- ineens met uitgeputte achterlichtbatterijen te staan. Ja, het is je eigen schuld, dan had je maar beter moeten opletten. En toch is de vreugde wanneer je door een medemens uit de brand geholpen wordt die je met je eigen stommiteit hebt veroorzaakt zo groot, dat ik er plezier aan beleef ook de anonieme stomkop zijn tegenslag te besparen.

Mijn erbarmen met de mensheid heeft de laatste tijd echter een flinke knauw gekregen. Het was me de laatste tijd al opgevallen dat er opmerkelijk veel achterlichten waren waarbij de ontwerpers er inderdaad in waren geslaagd om de bedienknop onvindbaar te maken. Ik geef niet snel op waar het de werken van barmhartigheid betreft, maar de afgelopen maanden heb ik -moet ik tot mijn schande bekennen- bij enkele fietsen het bijltje erbij neergegooid. Nu blijkt dat er achterlichten zijn die daadwerkelijk geen bedienknop meer hebben. Ze werken op het detecteren van beweging. Staat de fiets lang genoeg stil, dan gaat het licht vanzelf en volautomatisch uit.

Ik ben zwaar geschokt door deze uitvinding. Filantropen zoals ik worden zo overbodig gemaakt. Is er dan niemand meer die rekening houdt met een beetje medemenselijkheid?