Mourad, Sofian, Jordi

maart 29, 2013

In het begin van de film Gandhi (1982) komt een scene voor die speelt rond 1906. Daarin spreekt Mohandas Karamchand Gandhi een bijeenkomst toe van Indiers in Zuid-Afrika die het helemaal gehad hebben met het regime van dienst. Hij wil de vergaderde menigte ervan overtuigen zich tegen het discriminerende en repressieve regime teweer te stellen met vreedzame middelen.

Die boodschap komt niet helemaal over. Eén van de aanwezigen somt de misdaden op die van regeringswege zijn gepleegd tegen de Indische gemeenschap en roept zeer welsprekend op tot geweld. Dat lijkt de enige keuze. Gandhi is het daar niet mee eens, de kijker weet dat, maar heeft zojuist ook de woedende Indier horen spreken en ziet al van ver aankomen dat de merkbaar onervaren Gandhi hier nooit tegenin kan.

Dan gebeurt er iets onverwachts. Gandhi spreekt zijn bewondering uit voor de vorige spreker. Hij looft vooral de betoonde moed. En die moed gebruikt hij om zijn gehoor te overtuigen. Want die moed is nodig voor de plannen die hij heeft en passant legt hij uit dat het uiten van die moed in geweld het verkeerde middel is.

Mourad en Sofian zijn inmiddels dood. Hoe het met Jordi gaat weet niemand, waarschijnlijk zelfs Jordi niet. Maar we hebben er wel een mening over. Nederland is weer leverancier van jihad-strijders. Onze grootste zorg is niet zozeer de kans dat die jonge mensen daar sneuvelen. Want wie de weg kwijt is, zijn we eigenlijk liever, of liefst kwijt. Onze grootste zorg is wat er gebeurt met hen die getraumatiseerd terugkeren. Die zorgen zijn zelfs een stuk groter dan onze zorgen over ‘onze eigen’ getraumatiseerde veteranen uit dezelfde regio.

Niemand heeft het over de moed die Mourad, Sofian en Jordi toonden toen ze besloten naar Syrie te gaan. Die moed is zonder voorbehoud lovenswaardig. Zeker, ze zijn de weg behoorlijk kwijtgeraakt, erger dan hun comazuipende leeftijdsgenoten. Hun moed is de moed van de zelfmoordenaar. De weg die ze kozen om hun moed in praktijk te brengen is zonde in alle betekenissen van dat woord. Maar de moed zelf is daarmee nog niet verkeerd.

Dat besef zou eerst eens moeten doordringen voordat we grote denkers als minister Opstelten plannen laten opwerpen zoals het preventief innemen van paspoorten. Wellicht komt met dat besef ook een aanpak in beeld die niet alleen burgerlijke vrijheden ongemoeid laat, maar die ook wérkt.


Twee beetjes dom

maart 22, 2013

Dit was niet een beetje dom, maar minstens twee beetjes. Dijsselbloem had op zijn minst zijn Macchiavelli moeten lezen voordat hij zich ambtshalve met Cyprus ging bemoeien. De Italiaanse theoreticus inzake machtsuitoefening waarschuwde er nog zo voor: iemands familie kun je uitmoorden. Dat zal je uiteindelijk, als dat voor de betrokkenen nuttig is, worden vergeven. Maar iemands bezittingen roven? Dat vergeven ze je nooit.

Een graai doen in andermans spaartegoeden is dus al onvergeeflijk, diezelfde graai doen terwijl er een deposito garantiestelsel tot honderdduizend euro van kracht is, is zo mogelijk nog dommer. Er was al weinig vertrouwen van de consument, dat vloeit nu volledig weg en hoe langer deze crisis rondom de spaargelden op het eiland voortduurt, hoe sneller het zal gaan, ook internationaal.

Dijsselbloem wuift dat te gemakkelijk weg. Dat garantiestelsel staat volgens hem nog steeds. Alleen is de situatie in Cyprus zo uniek, dat hier wel een uitzondering gemaakt moest worden. Juist met die gedachte bewijst Dijsselbloem niet geschikt te zijn voor zijn functie. Niet dat de constatering niet klopt. Cyprus is inderdaad uniek en de financiele situatie is inderdaad bijzonder nijpend. Maar daarmee is slechts de feitelijke situatie beschreven.

Het verdedigen van deze graai in Cypriotisch spaargeld met een beroep op de unieke situatie daar, geeft in wezen maar één signaal af:

Wanneer de situatie daarom vraagt, zal altijd een logische reden gevonden worden om gemaakte afspraken éénzijdig te schenden.

Spaarders in Griekenland, Italie, Spanje en Ierland -en we mogen hopen dat het tot die landen beperkt blijft- zullen nu, zo gauw zich ook maar iets voordoet dat ook maar enigszins zou kunnen wijzen op een mogelijk ongeluk, onmiddellijk een bank run organiseren. Dat zal sneller gaan dan op Cyprus, want daar bleken de banken al op de hoogte, en voorbereid, op de reactie van de consument.

En ik ben bang dat wanneer Dijsselbloem onder de druk besluit dat het beter is ten halve te keren dan ten hele te dwalen, hij daarmee niets meer zal kunnen redden. Want hoeveel vertrouwen kun je nog hebben in een politicus die pas besluit zich aan afspraken te houden als hij daartoe wordt gedwongen?


Kaltstellen

maart 17, 2013

Er is niet veel voor nodig. Ook in een democratische rechtsstaat, waar de vrijheid van meningsuiting gegarandeerd heet, is het eigenlijk vrij eenvoudig om iemand de mond te snoeren. Je hebt er maar twee dingen voor nodig: een paar slimme, onwelwillende luisteraars (of lezers) en een heleboel nuttige idioten. De rest is democratie, of zoals Aristoteles het stelde: de macht van het gepeupel.

Die onwelwillende lezer moet ik even uitleggen. Het is een essentieel principe, gebaseerd op een idee dat nog het beste is verwoord door Confucius:

Woorden zijn slechts voertuigen die een betekenis overbrengen, is de betekenis eenmaal overgebracht, dan kun je de woorden vergeten.

Wat je zeggen wilt, past nooit exact in woorden, sterker nog: hoe meer woorden je gebruikt, hoe meer aanknopingspunten voor een misverstand. De spreker of schrijver kan niet in zijn eentje verantwoordelijk zijn voor het correct overbrengen van de boodschap. Luisteraars en lezers moeten ook hun best doen te begrijpen wat er werkelijk gezegd wil worden door de boodschap weer los te weken van zijn dragers: de woorden. It takes two to tango.

Maar wie niet dansen wil, kan ieder woord dat wordt gebruikt, aangrijpen voor een misverstand. Dat is wat onwelwillende luisteraars en lezers doen: niet kijken naar wat er gezegd wordt, maar naar welke woorden er worden gebruikt. Je kunt daar fenomenale successen mee behalen.

Van de week publiceerde Trouw-journaliste Elma Drayer een column waarin Frontaal Naakt-beheerder Peter Breedveld en diens wederhelft worden beschuldigd van anti-semitisme. De bijgeleverde citaten liegen er niet om, maar wie even dapper doorklikt, komt er al snel achter dat de citaten behoorlijk van hun context zijn ontdaan. Zo sterk zelfs, dat hun oorspronkelijke betekenis volledig verloren is geraakt.

Peter Breedveld kan -met enig gemak- beschuldigd worden van een heleboel dingen. Lees zijn blog en de kenmerken die je iemand euvel zou kunnen duiden, of niet, zijn snel gevonden. Maar hem beschuldigen van anti-semitisme is zoiets als Moeder Theresa voor atheïst uitmaken (ook dat is ooit echt geprobeerd). In zijn laatste blogpost weet hij dat -binnen 323 woorden- in niet minder dan dertien links naar zijn eigen stukken adstrueren. Zelfs één van zijn ergste internet-vijanden, de hier al vaker besproken Annelies van der Veer, valt hem hierin bij.

Mevrouw Drayer heeft haar werk deze keer dus niet goed gedaan, helemaal niet goed. Je zou denken: even de feiten rechtzetten, mevrouw wijzen op het journalistieke handwerk, wachten op de rectificatie en klaar. Niets van dat alles. Haar stukje is de directe aanleiding dat Frontaal Naakt ermee stopt. Dat is wellicht niet de bedoeling van mevrouw Drayer, maar ligt aan de tweede factor die ik hierboven noemde: de nuttige idioten.

Wie de bijdragen van Peter Breedveld van de laatste paar maanden leest, krijgt al snel een goed beeld van het mechanisme. Slimme, onwelwillende lezers als mevrouw Drayer plaatsen precies die ‘informatie’ op het internet die de nuttige idioten zullen aanvatten als reden én als instrument om mensen persoonlijk te intimideren. Peter heeft al vaker gesignaleerd dat zijn werkgever, die volkomen buiten zijn blog staat, steeds maar wordt genoemd op het internet. Zijn wederhelft -ook vaak in de media- werd ook niet gespaard en zelfs zijn kinderen, die echt nooit in de media actief zijn geweest, werden genoemd.

Of zijn adres ook is gepubliceerd weet ik zo niet, maar het zou me niet verbazen. Een goede vriend van me -ook omstreden op het internet, maar om hele andere redenen- trof eens op een hem niet welgezinde website een foto van zichzelf aan terwijl hij zijn huis binnenstapte, genomen vanaf de overkant van de straat door iemand die daar moet hebben staan posten. Niet leuk als je op internet toch al wordt bedreigd en al eens naar de politie hebt moeten stappen wegens uiterst dubieuze leuzen die op je voordeur waren gekalkt.

Ook als er nooit wat gebeurt met je kinderen, ook als je niet fysiek wordt gemolesteerd, of misschien wel júist als dat niet gebeurt, bezorgt je dat een permanente angst om wat er zou kunnen gebeuren als één van die nuttige idioten flipt. Zo werkt ongeveer de maffia. Zo werkt al-Qaeda. Zo werken foute regimes in enge landen. Als er maar genoeg slimme stemmingmakers zijn en voldoende nuttige idioten, kunnen ook in een rechtsstaat, een parlementaire democratie, waar iedereen gelijk is en er vrijheid van meningsuiting is, mensen kaltgestellt worden.

Het zijn de duistere krachten die het internet weet op te roepen, nota bene het onderwerp van de column van Elma Drayer.