Sociaal

januari 31, 2013

Voor onze minister van Onderwijs is het allemaal heel simpel. Als je gaat studeren, ga je later ook meer verdienen en dus is het logisch dat je investeert in je toekomst en geld leent om je studie te kunnen bekostigen. Chesterton zei het al: ‘logic is the hallmark of the madman’.

Er zijn twee dingen mis met de bewering dat een hogere opleiding leidt tot een hoger inkomen. Het klopt niet en het deugt niet. Wat dat eerste betreft: statistisch zal het best waar zijn dat mensen met een hogere opleiding gemiddeld (hier staat het toverwoord) meer verdienen dan mensen met een lagere opleiding. Toch ken ik in mijn omgeving uitsluitend academici die van aanzienlijk minder moeten leven dan mensen die -zeg maar- een echt vak geleerd hebben, zoals loodgieter of timmerman.

Mijn ouders -geen van beiden academisch opgeleid, maar wel hoger beroepsonderwijs gehad- wilden niet geloven dat ik -wel academisch opgeleid- eerlijk was over mijn inkomen. Zo weinig als ik verdiende -in een functie waarvoor zo’n opleiding ook nodig was- dat kon in hun ogen niet waar zijn. Decennialang hebben ze gemeend dat ik mezelf zieliger voordeed dan ik was om af en toe bij ze te kunnen aankloppen -wat ik trouwens nooit heb gedaan, maar dat terzijde.

Ik ken een paar academici die zichzelf al jaren het ZPP-hoofd net boven het minimuminkomen weten te houden. Ze hebben geen werk in hun eigen vak, maar tenminste wel op academisch niveau. Verder ken ik uitsluitend academici die werk hebben op een lager niveau, wat zich direct uitdrukt in minder pecunia.

Mijn kennissenkring beweegt zich duidelijk in de linkerhelft van de Gauss-kromme. Qua inkomen dan.

Dan heb ik het nog niet gehad over een groeiende groep studenten die wegens prestatiebeurs, verkeerde voorlichting, te vroeg opgedrongen beroepskeuze en selectiedwang aan de universiteit en hogeschool er niet in zal slagen om hun studie af te maken. Die hebben dus wel een schuld, maar geen academische opleiding. De politiek baseert zich met andere woorden alleen op de succesgevallen. Zo ken ik liberalen weer.

Er wordt wel gezegd dat je je studielening niet terug hoeft te betalen als je dat niet kunt, maar dat geldt alleen voor extreme gevallen. Ook met een minimuminkomen kun je terugbetalen. Waar het om gaat is dit: kennelijk wil men dat hoger opgeleiden aan hun leven beginnen met een schuld. Een financiële achterstand, waarmee ze onder druk gezet kunnen worden. Daarmee ben ik bij punt twee: het deugt niet.

In mijn wereld zorgt de oudere generatie voor de opvoeding en opleiding van de jongere generatie. Die krijgen daarmee een zo onbekommerd mogelijke start. In ruil daarvoor zorgt de jongere generatie voor de oudere generatie als die dat niet meer zelf kunnen. Elke generatie gaat dus door een tijd heen waarin ze aan twee kanten verplichtingen hebben: de opgroeiende jeugd en de ouderen.

Zoiets heet ‘samenleving’. Dat is iets anders dan een maatschappij waarin het adagium ‘ieder voor zich’ geldt. Dat is geen samenleving, maar een collectie individuen die uitsluitend eigen belangen hebben: wie opgroeit moet zich voor zijn toekomst in de schulden steken om vervolgens te gaan werken om die schuld af te lossen en te sparen voor zijn oude dag. Vrijheid is in zo’n maatschappij iets dat is weggelegd voor de rijken.

Advertenties

Majesteit,

januari 29, 2013

Beatrix

Als overtuigd republikein heb ik mogen meemaken dat u me bij zowat iedere gelegenheid waarbij u als koningin betrokken was, hebt doen twijfelen over de vraag of mijn overtuiging wel de juiste was. Als monarch moet je dan iets verdraaid goed gedaan hebben. Mijn twijfel doet mij dan ook nog steeds deugd.

Het was mij een waar genoegen de afgelopen jaren uw onderdaan geweest te zijn.


Dakhaas

januari 22, 2013

Dakhaas01

Dezer dagen lees ik een Duitse vertaling van een verzameling zeer vroege christelijke geschiften. Buitengewoon saaie leesstof en het boek is bovendien erg dik, dus ik ben er nog wel even zoet mee.

Gisteren kwam ik -in een voetnoot- een wel heel verrassend antwoord tegen op de vraag: waarom wordt in het Nieuwe Testament -en in de Christelijke kunst- de Heilige Geest weergegeven als een duif?

De vertaler merkt op dat duiven nicht sehr flugfreudig zijn. Die observatie deelt hij met vele stedelijke fietsers die de beesten doorgaans wel kunnen vervloeken. De conclusie uit dat gegeven is echter opmerkelijk: het kenmerk van de duif is niet zozeer dat hij pleegt te vliegen, als wel dat hij veelvuldig neerstrijkt.


Lekker belangrijk

januari 21, 2013

De crisis woedt onverminderd door, de werkloosheid stijgt steil en hard, wie zijn werk wel behoudt, wordt aan alle kanten gekort en van koopkracht beroofd, huurders worden binnenkort legaal afgeperst door de overheid, de armoede grijpt enthousiast om zich heen en de economie wordt nog steeds aangestuurd door een zootje gokverslaafden.

Maar waar maakt Annelies van der Veer zich dezer dagen zorgen over? Dat er minder grappen over de ene godsdienst gemaakt worden dan over andere, dat mensen ‘zeuren’ over onduidelijke begrippen, dat wetenschappers haar mening niet delen, dat er woordjes uit de Dikke van Dale moeten, dat filmmakers de films niet maken die zij wil zien, dat je zo’n rekening moet houden met collega’s die geen conformisten zijn, dat mensen die haar kledingsmaak niet delen geen ‘teamspelers’ zijn, dat niet iedereen in gelijke mate van zijn geloof afvalt, dat je om problemen met mensen op te lossen die mensen ook nodig hebt, dat onmogelijk uit te voeren onderzoek niet lekker toch wordt uitgevoerd en dat die ene gemeentelijke politicus de fouten moet toegeven die Annelies haar toedicht.

In de wereld van Annelies zijn problemen pas echte problemen als je ze met de islam in verband kunt brengen. De gemeentelijke politicus is de enige bekende politicus met een hoofddoek. De wetenschappers zijn een Arabist en een Islamoloog, beide met een indrukwekkende staat van dienst in het Midden-Oosten, de één als diplomaat, de ander als wetenschapper (dat u er even op let dat u de mening van een Metro-columniste niet veronachtzaamt). De non-conformisten onder haar collega’s zijn mannen die vrouwen geen hand geven (daar bedoelt ze moslims mee, beslist geen orthodoxe joden). De films en de grappen moeten natuurlijk over de islam gaan. De mensen met wie er problemen zijn op te lossen, zijn Marokkanen en het onmogelijk uit te voeren onderzoek gaat over de kosten van immigratie (vooral niet over de baten!).

Waarom lees ik de columns van dat mens dan nog, vraagt u zich misschien af. Welnu, omdat ik nu eenmaal behoefte heb aan mijn wekelijkse dosis ergernis. Vroeger keek ik daar de EO voor, maar sinds ik geen televisie meer kijk, moet ik het met de gratis krantjes in de trein doen.

En het heeft nog een voordeel: iedere keer als ik lees wat Annelies nu weer bezig houdt, denk ik met grote dankbaarheid terug aan de opvoeding die mijn ouders mij gegeven hebben. Dat is best een fijn gevoel om zo af en toe te hebben. Vanaf mijn vroegste jeugd ben ik mee op sleeptouw genomen. Van het Midden Oosten tot Mexico en van Zweden tot Griekenland.

Als gevolg daarvan komt het niet eens meer in mij op om er iets achter te zoeken als iemand in plaats van een hand te geven een buiging maakt of zijn hand op zijn borst legt. Een keppeltje (o nee, fout voorbeeld) of een hoofddoek doet mij niet meteen de vraag stellen of de drager wel een teamplayer is. En ik heb genoeg ellende gezien om niet alleen te weten, maar ook te begrijpen, dat niet Marokkanen het probleem zijn, maar armoede en uitsluiting.

Ik hang nu even ontzettend de farizeeër uit, ik weet het, maar God wat is het lastig om die verleiding te weerstaan met Annelies in de buurt.


Spoorwegen

januari 15, 2013

Van de week werd de trein naar mijn werk halverwege de rit onverwacht gesplitst. Natuurlijk werd het treinstel waarin ik zat afgekoppeld en moesten we overstappen op het -veel te korte en dus overbevolkte- resterende deel van de trein. Ergernis alom, ook bij mij.

Eigenlijk is die ergernis niet helemaal terecht. Er wordt veel geklaagd over de NS, maar wie de cijfers bekijkt, kan niet anders dan tot een andere conclusie komen. Er rijden gruwelijk veel treinen in Nederland. Het overgrote deel van zowel treinen als reizigers komt op tijd aan op de plek van bestemming, iedere dag weer, jaar in jaar uit. Zelfs met alle gerechtvaardigde klachten meegerekend, leveren de NS een prestatie van topformaat.

Lopend over het perron en mij verwonderend over de tegenstelling tussen de feiten en mijn beleving moest ik denken aan een voorval in een grijs verleden, waarbij iets wat misging juist helemaal niet tot ergernis leidde.

Zelden heb ik namelijk met meer plezier per spoor gereisd dan die ene keer dat ik vanuit mijn werk in Duitsland terugreed naar huis in een trein waarin het licht was uitgevallen. Onze coupé reed niet meer als een kamer door de nacht, maar was er deel van geworden. We konden -de coupé zat vol- naar buiten kijken en genieten van Germany by night.

Niet iedereen zal blij geweest zijn met het duister, maar de gedachte aan deze voor mij en mijn medereizigers uiterst plezierige treinrit deed mij plotseling beseffen dat al die klachten over de NS wel degelijk gegrond zijn. Wie naar de feiten kijkt, maakt namelijk dezelfde fout als de NS, die treinreizen zien als een logistieke operatie: hoe krijgen we x reizigers op tijd van A naar B?

Wie dat aan reizigers vraagt, zal er echter al snel achter komen dat reizen per trein heel wat meer is. Ikzelf reis liefst per spoor, ook over vlieg-afstanden omdat getting there is half the fun. Een treinreis in den vreemde biedt me de mogelijkheid het landschap te bestuderen. Mijn halve bibliotheek heb ik gelezen in de trein tijdens woon-werkverkeer. Vele forensen werken in de trein en voor sommigen is het zelfs een heuse flexwerkplek.

De conclusie is onvermijdelijk: hoe core hun business ook is en hoe top hun prestatie, de Nederlandse Spoorwegen begrijpen niet wat treinreizen is.