Waarom oudheid moet

Mijn goede vriend Jona postte een tijdje geleden op zijn eigen blog een bijdrage waarin werd betoogd dat de studie van de Oudheid leuk was. Van de week lunchte ik met hem en nog wat andere mensen en vanzelfsprekend kwam het onderwerp -wij hadden allen wat met geschiedenis- op de studie van de Oudheid.

De Oudheid is grofweg alles wat te maken heeft met de geschiedenis van het Middellandse Zee-gebied vanaf het vroegste begin tot pakweg de zevende eeuw, als de islam de boel overneemt. De omschrijving ‘Middellandse Zee-gebied’ (spel ik dat wel correct trouwens?) moet u breed nemen. Maar hoe breed of smal u het ook neemt: het nut van de bestudering van gebeurtenissen die minimaal veertienhonderd jaar achter ons liggen, zijn maar moeilijk uit te leggen aan de ongeïnteresseerde leek.

Ik kan drie redenen bedenken waarom de Oudheid toch relevante stof is om te bestuderen. De eerste is dezelfde die mijn goede vriend Jona altijd aandraagt: het is leuk. In een tijd waarin niemand vraagt naar de zin van house-parties of voetbal  lijkt me dat op zichzelf al onderbouwing genoeg, maar zo blijkt de werkelijkheid niet te werken. Wat voor een in wezen zinloze activiteit als voetbal geldt, geldt nog niet voor een even onzinnige activiteit als de oudheidkunde. De kortere, snediger versie van die uitspraak kan ons trouwens worden aangereikt door diezelfde oudheidkunde: quod licet Iovi non licet bovi.

De tweede reden wordt in zijn klassieke vorm door mijn goede vriend Jona versmaad. De stelling dat in de oudheid de bakermat van de moderne westerse cultuur te vinden is, is inmiddels -niet in het minst door mijn goede vriend Jona zelf- voldoende onderuit gehaald. Tussen de Atheense democratie en de westerse gaapt in werkelijkheid een onoverbrugbare kloof, hetzelfde geldt voor de klassieke rationaliteit -die in feit niet bestond- en wetenschapsbeoefening en de westerse wetenschap. Zowel in continuïteit als in overeenkomsten is de stelling dat de oudheid en onze samenleving iets extra’s met elkaar te maken hebben ‘een beetje dom’.

Maar er is wel iets op dat punt: vanaf Erasmus hebben degenen die wel degelijk de bakermat van de westerse cultuur vormen, hun inspiratie gevonden in de oudheid. Of wij nu vinden -of zelfs kunnen aantonen- dat dat niet terecht is geweest, is dan niet bijster relevant meer. Er was iets met die oudheid dat bijzonder genoeg was om een nieuwe cultuur op te baseren. Studie van dat gegeven -in wezen dus studie naar onze identiteit- is wel degelijk nuttig. En het aardige is: het blijft even relevant, ongeacht de uitkomst.

De derde reden gewerd mij pas tijdens voornoemde lunch. Een docente geschiedenis vertelde ons een anekdote over een leerling die eindelijk het licht zag nadat hij tijdens geschiedenisles iets had geleerd over het oosters schisma en het concordaat van Worms. Zijn conclusie was eenvoudig:

Mevrouw, die mensen waren toch eigenlijk gewoon heel dom bezig?

Deze leerling had natuurlijk gelijk, waar waren ze destijds in vredesnaam mee bezig? Maar anderzijds klopt het ook weer niet. Het vooroordeel dat de mensen vroeger vooral heel veel dommer waren, en dan vooral als er religieuze ideeën mee gemoeid waren, dan wij nu is niet alleen wijd verbreid, maar ook onuitroeibaar. Maar het tegendeel is waar: mensen waren vroeger net zo slim als wij nu. Er was wat minder wetenschappelijke kennis, maar afgezien daarvan zou een modern mens het niet veel langer dan een dag uithouden in de oudheid. Het enige verschil is dat men ‘vroeger’ zijn slimheid inzette voor doelen waarmee wij tegenwoordig niets meer hebben.

Studie van dat ‘vroeger’ is daarmee een studie in nederigheid. Helaas geen waarde die erg populair is heden ten dage. Toch denk ik dat het nuttig is. Want zoals the past is a foreign country geldt dat ook andersom: foreign countries are like the past. En in deze globaliserende wereld is vrijwel niets nuttiger dan het vermogen om eigen ideeën even opzij te zetten met de vraag ‘klopt dat allemaal wel?’ Het antwoord doet er even niet toe -misschien klopt het allemaal best- het gaat om de vaardigheid even afstand te kunnen nemen van de eigen leefwereld.

‘Oudheid’ is niet hetzelfde als ‘vroeger’, maar ‘oudheid’ is wel bijzonder in twee opzichten: het staat ver genoeg van ons af om foreign te zijn, terwijl het -juist door dat malle idee van onze bakermat- dichtbij genoeg kan komen om ons onverwacht te confronteren met wat er niet klopt. Ik denk dat de oudheid daarin nu nog uniek is, maar dat is niet in steen gebeiteld. Op de lange duur zal misschien de negentiende eeuw ook zo’n status bereiken, vooropgesteld dat iemand in de nabije toekomst gaat bedenken dat de negentiende eeuw de bakermat van onze westerse cultuur is en er een Erasmus opstaat om dat idee -terecht of onterecht- aan te zwengelen.

Bij de oudheid zijn dus goede redenen te verzinnen om ze te bestuderen. Vraag twee is natuurlijk of zulke overwegingen dan ook voldoende zijn om ons onderwijssysteem op in te richten. Als het om onderwijs gaat zou ik hier met andere, maar even overtuigende, argumenten een vlammend pleidooi voor de mediëvistiek of arabistiek kunnen houden, voor herinvoering van het godsdienstonderwijs, of voor het afschaffen van alle humaniora ten gunste van de bèta-wetenschappen en de wiskunde in het bijzonder. Vooralsnog houd ik het dus maar bij bestuderen.

Een reactie op Waarom oudheid moet

  1. Jona L zegt:

    Leuke reactie, dank je wel. Mijn eigen vragen liggen dus vooral bij de beleidskwestie aan het einde. Als de letterenfaculteiten wat minder verkokerd waren, zouden we een vruchtbare dialoog hebben over de relatieve merites van de diverse soorten historische of andere geesteswetenschappelijke kennis. Die blijft nu achterwege.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: