Sharia rechtspraak

In Iran is onlangs een mevrouw die -door een door haar afgewezen man- zuur in het gezicht gegooid kreeg en daardoor nu het licht in de ogen moet missen, de gelegenheid geboden de dader zuur in diens ogen te laten druppelen, als gevolg waarvan de man eveneens het licht in de ogen zou kwijtraken. Het slachtoffer heeft de dader pas op het aller- allerlaatste moment deze straf bespaard (waarschuwing: geen smakelijke foto). De dader heeft daaraan voorafgaand wel zes jaar peentjes gezweet…

Had het slachtoffer hem niet vergeven, dan waren er nu twee mensen blind geweest. Dat is conform het recht van de Islamitische Republiek Iran, dat is ontleend aan het islamitisch recht, waar ‘oog om oog’ gewoon een rechtsprincipe is.

Hier in het Westen vinden we dergelijke straffen natuurlijk barbaars, achterlijk, woestijncultuur en meer van dat soort pejoratieven. Het is bovendien islam en dus is het kwalijk. Maar niemand lijkt zich te realiseren dat het gewoon hetzelfde principe is dat ik vanochtend op een verkiezingsaffiche van de liberalen aantrof, maar dan tenminste consequent doorgedacht.

Waarom vinden wij hier sharia-rechtspraak dan barbaars? Daar is een hele eenvoudige verklaring voor. Liberalen zouden hem moeten kennen. Het heet ‘Verlichting’.

Eén van de gedachten die de Verlichting ons geschonken heeft, en die westerse samenlevingen behoorlijk onderscheidt van de rest van de wereld, is dat strafrecht er is voor de daders. Daar zit weer een mensbeeld achter dat ook in de Verlichting is uitgevonden.

In de Middeleeuwen en Oudheid dachten we dat mensen onveranderlijk waren en dus ‘voor galg en rad geboren’, of juist niet. Wie niet deugde, behoorde dus tot het tuig dat ‘maar naar één ding luisterde’. Dergelijke lieden kon je alleen van het slechte pad afhouden door ze te intimideren. Slechte mensen waren goed omdat ze te bang waren om slecht te zijn. Het Chinese spreekwoord ‘doodt er één en maak er duizend bang’ stamt uit die rechtsfilosofie.

Dat moest ook wel want in tijden dat er geen efficiënt staatsapparaat kon worden betaald dat zich bezig hield met opsporing en handhaving was de pakkans een lachertje. Die paar sukkels die je wel wist te grijpen, strafte je dus héél disproportioneel, zodat in ieder geval de schrik er goed in zat. Fantasievolle straffen als levend koken in olie, kruisiging en op een laag vuurtje doodstoken zijn daaruit voortgekomen.

De onmenselijkheid van straffen diende ook een ander doel: publieksbereik. Wie ooit iemand op een brandstapel of aan een kruis heeft zien doodgaan, heeft nog voor jaren stof om tot de verbeelding sprekende verhalen te vertellen bij het haardvuur en in de herberg. Dat heb je hard nodig als er geen kranten, radio en TV zijn. Daarom ook de voorkeur om executies in het openbaar uit te voeren, liefst op plekken waar veel mensen langs kwamen zoals uitvalswegen. En wie eenmaal dood was, werd niet zelden nog enige tijd tentoongesteld teneinde de exposure aan het publiek te maximaliseren.

De Verlichting bracht daar verandering in. Het idee dat een gemiddelde burger het recht niet had zichzelf hoger te achten dan een slecht mens was al veel ouder, maar dat was vooral een religieus idee. De Verlichting kwam met een compleet ander mensbeeld: de mens was een redelijk wezen, dat kon leren en dus ook kon veranderen. Dat gold ook voor daders.

Mits benaderd met de juiste middelen, konden daders van ‘slechte mensen’ veranderen in goede burgers. Strafrecht diende dus eigenlijk niet alleen vergelding te bewerkstelligen of de maatschappij te beschermen tegen criminelen, het diende tevens om de crimineel te verbeteren. Een crimineel die zelf heeft leren inzien dat hij zijn gedrag beter kan aanpassen is een aanwinst voor de samenleving en hoeft niet meer geïntimideerd te worden om op het rechte pad te blijven.

De economische ontwikkelingen na de Verlichting zorgden ervoor dat het opzetten van een efficiënt opsporings- en handhavingsapparaat ook mogelijk werd. De ontwikkeling van de psychologie verschafte ons het gereedschap om ook daadwerkelijk het tijdens de Verlichting bedachte idee over de verbetering van daders ten uitvoer te brengen. Maar zoiets kan maar op één voorwaarde: naast het slachtoffer, moet je je ook kunnen verplaatsen in de dader. Dat vergt dus medeleven, en juist daarin onderscheidt het westerse strafrechtsysteem zich van vrijwel al het andere.

Je kunt discussiëren over de vraag of het idee uit de Verlichting niet al te optimistisch is. De vraag of ons huidige strafrecht wel doet wat het beoogt -het verbeteren van de crimineel- is ook een pertinente vraag. En tenslotte is het zonder meer opvallend dat aan de basis van ons strafrechtsysteem een paradox staat: we leven mee met de dader, niet alleen met het slachtoffer.

Wie niet mee wil leven met daders neemt afscheid van het mensbeeld dat we al sinds de Verlichting hebben en keert letterlijk terug naar de Middeleeuwen. Ten minste één mevrouw in Iran, waar de Verlichting even uitheems is als de sharia hier, heeft dat beter begrepen dan de opdrachtgevers van het affiche hierboven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: