Kruistocht (4)

Dit is het vierde en laatste deel van een recensie van het boek van Hans Jansen Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden! De eerdere delen vindt u hier, hier en hier. In de laatste bijdrage betoogde ik dat Jansen niet alleen feiten negeert en weglaat, maar suggereerde ik ook dat hij zijn literatuur niet goed gelezen heeft. Over dat punt is iets meer te zeggen.

Aan het begin van zijn boek geeft Jansen aan dat er al veel literatuur geschreven is over de kruistochten, door heel goede historici. In zijn allereerste noot vernoemde hij de Engelse historicus Asbridge, wiens werk Jansen kennelijk zo nauwgezet volgt, dat hij zich bij voorbaat excuseert voor de indruk van plagiaat. Persoonlijk viel me zoveel overeenkomst niet op trouwens. Elders in zijn boek wordt Asbridge door Jansen afgeschreven als serieus wetenschapper omdat hij in Londen werkt. Londen is in de ogen van Jansen een centrum van islamitische propaganda en Asbridge zal zijn boek uit voorzichtigheid wel hebben ‘aangepast’. Jansen zegt dat laatste niet letterlijk, hij suggereert het alleen maar, zoals zo vaak in zijn boek.

Uit Jansens notenapparaat blijkt dat hij zich voornamelijk op drie boeken baseert. Christopher Tyermans Gods’ War: A new history of the Crusades; Rodney Starks God’s Battalions: The Case for the Crusades en Robert Spencers The Politically Incorrect Guide to Islam (and the Crusades). Uit Rodney Stark geeft Jansen hele -en wetenschappelijk vederlichte- verhandelingen weer over de aard en het karakter van godsdienstig gedrag en de moderne seculiere visie daarop. Daarnaast bevat zijn bibliografie ook meer courante titels, zoals de eerder genoemde Asbridge, de klassieker van Runciman en Amin Maalouf. Maar omvangrijk is zijn bibliografie niet en naar de courantere literatuur wordt lang zo vaak niet verwezen in de noten.

Daarnaast stikt het boek van de slordigheden. De tekst wemelt van de niet-lopende zinnen en zetfouten. De Libanese kustplaats Tyrus wordt consequent aangeduid met ‘Tyre’, de Engelse naam, en op blz 102 verwart Jansen Guy de Lusignan met Raymond III van Tripoli -zoiets als Jolande Sap verwarren met Geert Wilders.

Het lijkt allemaal te wijzen op een niet-historicus die ten behoeve van de standpunten van de eigen club ‘even’ in de geschiedenisboeken is gedoken en in relatieve haast zijn eigen verherinterpretatie van wat hij zo gauw gevonden heeft aan het papier heeft toevertrouwd. Dat ging makkelijk want het doel stond al voor ogen en het moet gezegd: Jansen schrijft goed, met een superieur gevoel voor humor.

Maar het gevolg van die aanpak is een betoog waarin de vooropgezette meningen van de schrijver, of diens doelgroep, nadrukkelijker naar voren komen dan het verhaal zelf. Het bekende spreekwoord ‘sommige mensen denken dat ze denken wanneer ze hun vooroordelen rangschikken’ lijkt hier bijzonder goed van toepassing. Dat wordt wel heel erg duidelijk in de passage waarin Jansen probeert de stagnatie van de wetenschap in de islamitische wereld te verklaren door te verwijzen naar de sharia, volgens welke het geloof in causaliteit feitelijk geloofsafval betekent. Geen moslim die van zijn geloof af wil vallen -daar staat de doodstraf op- dus geen interesse in causaliteit en dus ook geen wetenschappelijke ontwikkeling.

Een simpeler model om het gedrag van mensen die zich moslim noemen te verklaren bestaat haast niet. In werkelijkheid zal geen moslim zich iets gelegen laten liggen aan de meningen van hoogacademische schriftgeleerden inzake de precieze status van oorzaak en gevolg in het universum versus de almacht van God. Evenmin zal een islamitisch veldheer voor hij zijn tactisch plan maakt in de islamitische variant van de catechismus kijken of hij het allemaal wel goed aanpakt. Het komt er kort gezegd op neer dat als je wilt weten hoe een katholiek zich gedraagt, je dat kunt navragen bij oudere, vrijgezelle mannen in één bepaalde wijk van de hoofdstad van Italië.

Toch moet je -in Jansens ogen- als eerste in shariahandboeken kijken omdat daar nauwkeurig in beschreven staat hoe een moslim zich dient te gedragen. Wie dat niet doet, mist volgens hem een belangrijk deel van het plaatje van de kruistochten. Bij herhaling valt in zijn boek dan ook te lezen dat de handelwijze van deze of gene moslimbestuurder overeenkomt met de voorschriften in de sharia. Zo suggereert hij dat het de sharia is die die handelwijze heeft ingefluisterd, zonder het -wederom- expliciet te beweren.

In werkelijkheid is het leven sterker dan de leer -zoals het katholieke gezegde luidt- en volgt de pastorale praktijk -waaronder shariahandboeken- de werkelijkheid eerder dan andersom.

Jansen past zijn sharia-principe bovendien op een buitengewoon onhistorische manier toe. Het enige shariahandboek dat hij citeert is geschreven in 1994. Toen waren de kruistochten toch echt voorbij. Het enige andere handboek dat hij noemt, is pas na de kruistochten geschreven. Zelfs een niet-historicus zal dan de vraag verzinnen of wat in die boeken staat niet mede is gevormd door de ervaringen van moslims tijdens de periode van de kruistochten.

Jansen behandelt die voor de hand liggende tegenwerping nergens. Dat is niet uit onkunde, zelfs niet uit onwil. Voor Jansen staat zo onwrikbaar vast dat de islam en de sharia -om het cliché maar eens van stal te halen- een onveranderlijk monolithisch blok vormt, dat het niet eens nodig is die stelling te verantwoorden. Van dergelijke rotsvaste zekerheden heeft hij er meer. De opmerking als zou nadere verantwoording of onderbouwing van een bepaalde stelling slechts een belediging van de intelligentie van de lezer zijn, ben ik meermaals in zijn boek tegengekomen.

Zo is Jansens boek er gek genoeg één van een gelovige: de islam is een geloof dat voor een aantal vastomlijnde zaken staat, dat kun je nakijken in shariahandboeken en de koran en de geschiedenis van de islam is hieruit met een verbluffende helderheid te deduceren. Het is allemaal doodeenvoudig en logisch. Dalil-o manteq hoor ik de mullah roepen, alleen in dit geval is het de Arabist Jansen, die zelf een uitstekende illustratie vormt van één van zijn eigen grappen:

Toen kwam er een Arabist, die alles beter wist.

4 reacties op Kruistocht (4)

  1. […] deel hier. Share this:TwitterFacebookVind ik leuk:LikeBe the first to like […]

  2. shirhashirim zegt:

    Een iets ingekorte versie van deze recensie kwam gisteren op Sargasso terecht en de reacties waren weer talrijk. Eén correctie op mijn recensie is de moeite van het vermelden waard:

    Eén puntje van kritiek op dit verder uitstekende stuk van Les Clochards: wanneer deze schrijft dat het enige shariahandboek waaruit Jansen citeert, is geschreven in 1994, dan doelt hij vermoedelijk op ‘Reliance of the Traveller’ van Nuh Ha Mim Keller, waar Jansen, zoals meer islamofoben, graag mee schermt.
    Maar dat boek is een vertaling van Umdat as-Salik wa ‘Uddat an-Nasik (De Steun en Toeverlaat van de Reiziger of de Instrumenten van de Aanbidder), waarvan de hoofdtekst is geschreven door Al Misri (1302–1367 na Christus). Zitten we ook nog honderd jaar na de kruistochten, dus het punt blijft staan, maar toch.

    Met dank aan ene ‘Prediker’, die zijn naam eer aan doet…

  3. Quo Vadis zegt:

    Wat een zinloze discussie. Als deze heren met dezelfde accuratesse waarmee ze het boek van Hans Jansen gefileerd hebben nou eens de koran geanalyseerd hadden, dan was hun gelijk duidelijk dat deze hele gewichtigdoenerij een schertsvertoning is. Wie een islamofoob wil doorgronden moet eerst de islam doorgronden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: