Kruistocht (2)

Dit is het tweede deel van een recensie van het boek van Hans Jansen Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden! Het eerste deel staat hier.

Het boek handelt over de kruistochten en zet het beeld dat de meeste Europeanen daarover hebben op zijn kop. Heel kort door de bocht geformuleerd komt dat beeld op de volgende drie punten neer.

  1. De motivatie voor de kruisvaarders om op kruistocht te gaan was eerder ingegeven door landhonger en haat jegens de moslims, dan door religieuze motieven.
  2. De kruisvaarders hebben zich tijdens de kruistochten -bezien vanuit hun eigen religie- zwaar misdragen, in tegenstelling tot veel islamitische veldheren, vooral Saladin, die inmiddels ook in het westen een reputatie van ridderlijkheid hebben verworven.
  3. De kruisvaarders kwamen uit een cultuur die ernstig achterliep bij de islamitische en die dan ook heel veel kennis, wetenschap en techniek heeft overgenomen.

Jansen draait dat allemaal om. In zijn ogen bevochten de kruisvaarders de moslims om maar één doel: ervoor zorgen dat Europese Christenen veilig en ongestoord op pelgrimage konden naar Jeruzalem. Pelgrimeren valt in zijn optiek onder de vrijheid van godsdienst en de kruisvaarders waren dus eigenlijk eerder voorvechters van één van de moderne burgerlijke vrijheden. Bovendien hebben de kruisvaarders zo de islamitische expansie zo’n twee eeuwen tegengehouden en Europa de gelegenheid geboden zich verder te ontwikkelen tot wat het nu is.

Daarbij gedroegen ze zich niet meer of minder wreed dan destijds gebruikelijk was, dit in tegenstelling tot islamitische ‘krijgsheren’ (Jansen gebruikt het woord consequent) die slechts gedreven werden door de jihad, de ideologie van de heilige oorlog, en zich regelmatig bezondigden aan bloedbaden. In dat verband wijst Jansen op het verschil in scope van kruistocht en jihad: de kruistochten waren slechts op het Heilig Land gericht, jihad op de hele wereld.

Tenslotte meent Jansen dat de westerse cultuur helemaal niets van de islamitische heeft overgenomen, omdat ook ten tijde van de kruistochten het westen al voorliep op de islam. Dit punt komt niet helemaal goed uit de verf omdat Jansen zichzelf hier en daar tegenspreekt. Zo noemt hij wel voorbeelden van zaken die de kruisvaarders wel overnamen, zoals het getal nul (uitgevonden door de Hindoes, dus dat telt niet) en veel kennis over het Grieks (maar dat kwam van Christenen in het Midden-Oosten en van voor de moslims gevluchte geleerden en telt dus ook niet).

Jansen laat bij de argumentatie van die punten enorme steken vallen. Steken die zo groot zijn, dat ze eigenlijk alleen voorbeeldsgewijs kunnen worden behandeld in een blogpost. Een uitputtende behandeling van het grote aantal fouten in zijn boek zou een weer heel boek beslaan. Enkele voorbeelden dus.

Dat de kruisvaarders slechts de veilige pelgrimage naar Jeruzalem voor ogen stond wordt door Jansen beargumenteerd met de toespraak waarmee paus Urbanus II opriep tot de Eerste Kruistocht. Daarin geeft hij die veilige pelgrimage aan als reden. Dat blijkt inderdaad als je de verschillende versies die van die toespraak zijn overgeleverd met elkaar vergelijkt. Moderne historici willen nog wel eens wijzen op het grote aantal militaire conflicten in Europa rond die tijd en op de mogelijkheid dat de paus heeft willen proberen dat probleem in te dammen door de vele combattanten ergens anders heen te sturen.

Jansen wuift dat weg met het argument dat dit slechts speculaties zijn van historici en dat het verstandiger is ‘bij de feiten te blijven’. Op dit punt wordt Jansen ronduit onvriendelijk door historici te verwijten van de kruistochten een verhaal te hebben gemaakt dat eerder op speculaties dan op feiten gebaseerd is, en dat die feiten soms ronduit tegenspreekt. Het is in dit soort passages dat Jansen smijt met kretologie als ‘de linkse kerk’.

Maar Jansens liefde voor de feiten is ook niet bijster groot. Zo negeert hij één van de de oudste versies die we kennen van Urbanus’ toespraak, vermoedelijk opgetekend door een ooggetuige. Driekwart van die tekst gaat over het probleem van het grote aantal krijgshandelingen in Europa en de vraag of al die ridders en andere hooligans niet beter ergens anders ingezet kunnen worden.

Ook negeert hij het feit dat de kerk voorafgaand aan de kruistochten de zogenaamde ‘godsvredebeweging’ had opgezet, die als doel had het grote aantal krijgshandelingen te verminderen. Dat project is totaal mislukt en het ligt dan ook voor de hand om te stellen dat de kruistochten mede tot doel hadden te slagen waar de godsvredebeweging had gefaald.

Iets vergelijkbaars gebeurt bij het idee dat de kruisvaarders eigenlijk vooral uit waren op het veroveren van land, en dus helemaal niet zo religieus gemotiveerd waren. In de meest courante literatuur wordt daarop gewezen, bijvoorbeeld wanneer Boudewijn van Boulogne tijdens de Eerste Kruistocht in het huidige Oost Turkije een aanzienlijk grondgebied verwerft, het kruisvaardersstaatje Edessa, en daar ook blijft als de rest van de kruistocht doortrekt naar Jeruzalem.

Jansen constateert dat Edessa later van groot belang is geweest voor het koninkrijk Jeruzalem en oppert in de vorm van een vraag de mogelijkheid of Boudewijn wellicht groot strategisch inzicht had. In wezen beweert Jansen dus niets, hij stelt alleen een vraag, maar de suggestie is gewekt dat moderne historici het mis hebben. Dat doet hij vaker in zijn boek.

Jansen laat weg dat Boudewijn tevoren in Europa door familieomstandigheden al zijn aanspraken op land was kwijtgeraakt, en ook dat de heren edellieden in en rond het huidige Oost-Turkije bijna twee jaar lang naast het bestrijden van de Turken ook bezig zijn geweest vooral elkaar de tent uit te vechten bij het innemen van diverse steden. Er is één geval bekend waarbij als gevolg van zo’n conflict een compagnie van 500 nieuw aangekomen kruisridders werd opgeofferd aan de Turken.

Dat de kruisvaarders na de inname van Antiochie er bijna een jaar over deden om in Jeruzalem terecht te komen, waar dat normaal gesproken slechts een maand kost, had te maken met zo’n conflict over land. Het waren de ‘gewone’ kruisvaarders die de edellieden tenslotte dwongen haast te maken. De ‘speculatie’ van moderne historici kan dus heel goed worden onderbouwd met feiten.

Morgen volgen nog een aantal voorbeelden.

Volgende deel hier.

3 reacties op Kruistocht (2)

  1. […] het boek van Hans Jansen Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden! De eerdere delen vindt u hier en hier. In die laatste bijdrage betoogde ik dat Jansen feiten weglaat of […]

  2. […] het boek van Hans Jansen Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden! De eerdere delen vindt u hier, hier en hier. In de laatste bijdrage betoogde ik dat Jansen niet alleen feiten negeert en weglaat, maar […]

  3. […] Berichtnavigatie « Vorige bericht Volgende bericht » […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: