Fleswet

april 21, 2012

Eerst maak je een Flexwet. Die zorgt ervoor dat meer mensen langer in tijdelijke contracten werken en dat er meer mensen geen vast contract krijgen. Dat heeft twee consequenties. Ten eerste is de werknemer niet zo loyaal naar zijn werkgever, die is dat immers ook niet naar zijn flexwerkers. Ten tweede zorgt je ieder jaar afvragen of je straks nog wel werk hebt, en vervangend werk zoeken, voor extra stress.

Iedere huisarts kan je uitleggen dat van stress je weerstand achteruit gaat. Logisch dus dat flexwerkers iets vaker ziek zijn. Logisch dus ook dat flexwerkers minder moeite hebben met zichzelf ziek melden. Ze zijn immers lang zo loyaal niet als vaste medewerkers.

Er is nog iets anders logisch: mensen met een niet zo heel goede gezondheid herken je vrij snel in een werksituatie. Als je -zoals nu- drie keer een jaar de tijd hebt om een werknemer ‘uit te proberen’ weet je exact wie de chronisch zieken zijn en zelfs wie degenen zijn met een wat zwakkere gezondheid. Die mensen blijven dus vaker flexwerken, omdat werkgevers zich er liever niet aan branden. Logisch dus dat er onder flexwerkers meer mensen zijn met ziekteuitval. Daar worden ze namelijk op geselecteerd.

Dan gaat minister Kamp daar iets aan doen. Flexwerkers mogen voortaan fors inleveren als ze ziek worden. ‘Prikkels’ heet dat in liberalentaal, want flexwerkers zijn natuurlijk zélf verantwoordelijk voor hun ziek zijn. Maar het is een gewone bezuiniging: 270 miljoen moet het opleveren als er minder geld uitgegeven wordt aan flexwerkers in de ziektewet.

De volgende stap is ook al in de maak: de mogelijkheid om langere tijdelijke contracten af te sluiten zonder dat daaruit verdere verplichtingen ontstaan, zoals nu in de flexwet -na drie jaar- nog wel geregeld is. Als daar straks nog meer mensen doodziek van worden dan weten we dus nu al wat daar de gevolgen van zullen zijn.


Moslimprotest

april 13, 2012

In de Utrechtse wijk Kanaleneiland zijn een aantal reclameposters met schaars geklede vrouwen afgeplakt en voorzien van slogans uit islamitische hoek. Laa ilehe il Allah, een wat sullige weergave van de eerste helft van de islamitische geloofsbelijdenis: ‘Er is geen god dan God’. Daarnaast wordt er door de afplakkers geprotesteerd tegen de als te sexy ervaren afbeeldingen.

Nu kun je daar lacherig over doen. Je kunt ook bloedserieus gaan praten over straatterreur, censuur en vrijheid van meningsuiting. Maar interessanter is natuurlijk de vraag hoe iemand erbij komt om, wanneer hij een schaars gekleed vrouwmens ontwaart, eerst te gaan bevestigen dat er slechts één Opperwezen is.

Het gaat in de eerste plaats om een protest. Dus in de ogen van de plakkers maakt het afbeelden van schaars geklede jongedames kennelijk enige inbreuk op het godsbesef. Een ontblote dij, een onbedekte schouder: voor je het weet ben je Onze Lieve Heer vergeten.

Maar de omgekeerde gedachte ligt veel meer voor de hand. De aanblik van het schone geslacht kan iemand juist tot religieuze gedachten inspireren en dat weten we al sinds Sappho’s φαίνεταί μοι κῆνος ἴσος θέοισιν. De vraag die we dus eigenlijk moeten beantwoorden is: waarom vertonen deze afplakkers een reactie die lijnrecht ingaat tegen wat we zouden verwachten?

Bij deze jongens, want het zijn jonge jongens, dat weet ik zeker, heeft de religie de plek ingenomen van de poezie. Zonder poezie is het onmogelijk om God te herkennen in Diens evenbeeld, ook als dat een onbedekte vrouw is.

Met poezie daarentegen is God zelfs herkenbaar in een in de wind ronddwarrelend plastic zakje. Het ille mi par esse deo videtur is voor een dichter een geloofsbelijdenis, maar bezien vanuit de religie kan dit vertoon van enthousiasme niets anders zijn dan een getuigenis van apostasie.


Plaatjes kijken

april 10, 2012

Er is een rel ontstaan rond een spotprent van Jos Collignon in de Volkskrant van 20 maart. De Joodse Omroep heeft een klacht tegen hem ingediend wegens antisemitisme. De cartoon beeldt Geert Wilders af die een stapel geld krijgt toegestopt door een hand die uit een houten schutting steekt. Wilders bedankt in het Hebreeuws.

De emoties zijn nog het beste toegelicht door Joost Niemöller:

Het is een cartoon die doet denken aan de van jodenhaat vergiftigde cartoons die in de kranten in het Midden Oosten worden afgedrukt, waarin ‘de Jood’ een bijna onzichtbaar wezen is, dat zijn ware aard verbergt, en achter de schermen complotten uitbroedt met als doel geld en macht naar zich toe te trekken. Het is ‘De mythische Jood’  zoals we die kennen uit de nazifilm Der Ewige Jude. Maar de figuur is al veel ouder, denk aan het Shakespeare-personage Shylock, de Joodse woekeraar die geld leent en mensenvlees terugeist.

Die associatie is voorstelbaar, maar om alleen op grond daarvan tot een strafklacht te besluiten? Kunnen we niet beter eerst even naar het plaatje kijken?

Zo zie ik nergens een ‘Eeuwige Jood’, alleen een hand die uit een schutting steekt. Is zo’n hand in oprecht antisemitische cartoons altijd wel voorzien van ‘Joodse’ symboliek, om er maar geen twijfel over te laten bestaan dat het hier een Jood betreft (let op de Davidsster), zo niet in Collignons cartoon. Verder spreekt Wilders geen Hebreeuws, dat is een dode taal, maar Ivriet: de taal die nu in Israel gesproken wordt. Er staat zoiets als ‘beleefd bedankt’.

Het is een publiek geheim dat Wilders een regelmatige bezoeker van de Israelische ambassade is. Daarnaast weet iedereen dat hij geen openheid van zaken wil geven over de financiering van zijn partij. Zelfs een boete van 25 mille wil hij daarvoor wel betalen, als hij maar geen boekjes open hoeft te doen.

Ik denk niet dat ik de enige ben die al jaren vermoed dat een fors deel van Wilders’ financiering wel eens uit Israel zou kunnen komen. Heette ik Benyamin Netanyahu, dan had ik er wellicht ook belang bij om de beeldvorming over moslims in Europa wat bij te stellen. Of dat verstandig is, is vraag twee. Het is in ieder geval wel voorstelbaar.

Collignon maakt een grap over dat gegeven. Je hoeft echt geen licht te zijn om dat te bedenken. En dat zijn cartoon scherp is en gevaarlijk dicht bij de rand: zeker, zoals de Engelsen zeggen: he hits where it hurts.

Maar het is ook behoorlijk dicht bij de rand als mijn -en kennelijk ook Collignons- gedachte onverhoopt zou blijken te kloppen. Kritiek op mogelijke inmenging van Israel in de binnenlandse politieke verhoudingen heeft met antisemitisme weinig te maken. Tenzij je geen onderscheid weet te maken tussen Joden en Israel. Een euvel dat helaas niet alleen onder antisemieten wijd is verbreid.


Religieus geweld

april 4, 2012

Naar aanleiding van de aanslag met fatale afloop op een moskee in Anderlecht wijdt de Mainzer Beobachter, naar aanleiding van een slimme vraag van een vriend of een aanslag op het belastingkantoor hem minder zou doen, zijn blogpost aan religieus geweld:

In januari kregen kerken extra bescherming. Daarvoor was een synagoge in Amersfoort het doelwit. Het verbaast me allang niet meer.

De auteur stelt een diagnose voor:

Zo zou ik, met de nodige slagen om de arm, verklaren waarom er aanslagen zijn op moskeeën, kerken en synagogen: onwetendheid. Onbekend maakt onbemind. De rust rond onze overheidsgebouwen verklaar ik vanuit bekendheid met hun functies.

Dat klinkt logisch. Het is zelfs logisch. Maar het strookt niet met wat we weten over samenlevingen waarin verschillende religieuze groeperingen vreedzaam met elkaar samenleefden.

Er zijn in het verleden nogal wat multiculturele en multireligieuze samenlevingen geweest. Vreedzame. Van de zijde van moslims wordt het islamitische Andalusie in de Vroege Middeleeuwen altijd genoemd (onder het Umayyadenkalifaat van Cordoba). Rond dezelfde tijd bestonden er vergelijkbare samenlevingen in Sicilie, waar Noormannen gebied hadden veroverd op moslims, en op Cyprus en in de Levant in de vorm van enkele Kruisvaardersstaten. Later vluchtten Sefardische joden naar het Ottomaanse rijk en de Republiek der Nederlanden, waar ook sprake was van meerdere culturele en religieuze groeperingen die relatief vreedzaam met elkaar samenleefden.

Kenmerkend voor al deze samenlevingen is dat de diverse bevolkingsgroepen op alle gebieden met elkaar interacteren, behalve op religieus gebied. De onderlinge handel is levendig. Interreligieuze vriendschappen zijn geen probleem. Men vertrouwt elkaar zelfs zijn leven toe (Maimonides was lijfarts van Saladin). Maar inzake geloof leven ze volkomen langs elkaar heen en vertonen ze niet alleen geen enkele vorm van interesse in elkaar, maar zelfs tot op zekere hoogte een zeker vermijdingsgedrag.

Belangstelling voor ‘de ander’ is er vooral om -in eigen kring- het eigen gelijk te bevestigen en als dat niet lukt, houdt men zich het liefst stil. De eerste koranvertaling in Europa werd gemaakt met het specifieke doel om binnenshuis de ideeën van de islam van een weerwoord te kunnen voorzien. Toen de islamitische perigeet ibn Jubayr constateerde dat de rechten van moslims in Kruisvaardersstaten weliswaar beperkt waren, maar beter gegarandeerd dan onder islamitisch bewind, sprak hij vooral de hoop uit dat zijn geloofsgenoten daar niet in groten getale achter zouden komen.

Die vergaande wederzijdse desinteresse zorgt ervoor dat het gros van de mensen niet geconfronteerd wordt met bonafide andersdenkendheid. Wie er achter komt dat  ‘de ander’ wezenlijk anders kan denken zonder gek, kwaadwillend, dom of misleid te zijn, heeft namelijk een probleem: het confronteert met de mogelijkheid dat de eigen overtuigingen wellicht niet zo rotsvast staan als ze lijken. Die onzekerheid gaat voor veel mensen gepaard met angst en waar die angst aan de levensovertuiging raakt, kan dat al snel een existentiele zaak worden.

Een groot deel van de moderne wereld kenmerkt zich echter door het op grote schaal kennis nemen van elkaars overtuigingen. Massamedia en internet dragen daar op grote schaal toe bij. Die wederzijdse geinformeerdheid ligt aan de basis van religieuze intolerantie en geweld. Mohammed B. -om maar een voorbeeld te noemen- citeerde in zijn dreigbrief aan Ayaan Hirsi Ali uit de Talmoed, zoals de adepten van Geert Wilders uit de koran en hadith citeren.

Zo zou ik, om de auteur van het hierboven geciteerde artikel te parafraseren, met de nodige slagen om de arm, verklaren waarom er aanslagen zijn op moskeeën, kerken en synagogen: niet onwetendheid, maar juist die bekendheid met ‘de ander’ die onzekerheid, angst en haat veroorzaakt.